Dit wetsvoorstel dient ter vervanging van de noodverordeningen waarin de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus op dit moment zijn vastgelegd. Hiermee wordt het mogelijk om voor de periode na de zomer van 2020 noodzakelijke maatregelen te nemen ter bestrijding van het COVID-19 virus en die maatregelen te kunnen op- of afschalen. Het wetsvoorstel is gericht op een balans tussen enerzijds de noodzaak van snelheid en flexibiliteit van handelen en anderzijds de noodzaak van democratische legitimatie en waarborgen voor de bescherming van grondrechten.
Met dit wetsvoorstel wordt aangesloten bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties van toepassing zijn. Dat wil zeggen dat bevoegdheden niet meer bij de veiligheidsregio’s, maar op gemeentelijk niveau komen te liggen, met controlemogelijkheden van de gemeenteraad.
De wet en de daarop gebaseerde maatregelen vervallen in beginsel drie maanden nadat de wet in werking is getreden. Aangezien niet duidelijk is hoe het verloop van de verspreiding van de epidemie van het COVID-19 virus er uit zal zien en nog onduidelijk is wanneer middelen ter bescherming tegen het COVID-19 virus – zoals een vaccin – beschikbaar komen, voorziet de wet in de mogelijkheid van eerdere maar ook latere beëindiging. Elke drie maanden moet een nieuwe verlengingsbeslissing aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel (EK, B) is op 13 oktober 2020 aangenomen door de Tweede Kamer.
Voor: PvdA, GroenLinks, 50PLUS, D66, VVD, SGP, CDA en ChristenUnie met uitzondering van het lid Voordewind.
Tegen: SP, Krol, PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, PVV, FVD en Van Haga en het lid Voordewind (ChristenUnie).
De Eerste Kamer heeft het voorstel op 27 oktober 2020 na hoofdelijke stemming aangenomen.
Voor: 48 stemmen (CDA, D66, VVD, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SGP, OSF en 50PLUS).
Tegen: 24 stemmen tegen (Fractie-Otten, FVD, PVV, PvdD en SP).
Mondeling overleg
Op 7 juli 2020 vond een mondeling overleg plaats van de commissies voor VWS, voor J&V en voor BiZa/AZ met de ministers van VWS, J&V en BZK over de COVID-19, tegen de achtergrond van de aangekondigde Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (EK 25.295 / 35.300 VI, I herdruk). Naar aanleiding van dit overleg hebben de commissies op 15 juli 2020 een schriftelijke reactie gestuurd aan de drie betrokken ministers. Het videoverslag van dit overleg treft u hier aan.
Breed beleidsdebat over covid-19-onderwerpen
Een breed beleidsdebat over covid-19-onderwerpen, ondermeer over de langetermijnstrategie vond plaats op 5 juli 2022.
Interpellatie
ingediend
13 juli 2020titel
Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van Covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen Covid-19)schriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld
-
-
27 oktober 2020
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van VWS over verlenging van de voorhangtermijn ontwerp van het Tijdelijk besluit veilige afstand EK, N
Voor kennisgeving aangenomen op 3 november 2020. -
-
-
-
-
-
-
26 oktober 2020
motie van het lid Otten c.s. over adequate borging van de rol van de Eerste Kamer EK, J -
-
-
-
-
-
16 oktober 2020
brief van de minister van VWS over het Ontwerpbesluit houdende vaststelling van de veilige afstand EK, H Bevat bijlage -
-
13 oktober 2020
stemming (hamerstuk) over een voorlichtingsverzoek aan de Raad van State Verslag EK 2020/2021, nr. 5, item 9 -
-
-
-
-
-
-
-
-
13 oktober 2020
brief van de minister van VWS met het verzoek dit voorstel met spoed te behandelen EK, A -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
8 oktober 2020
Amendement van het lid Azarkan over het met terugwerkende kracht verlagen van geldboetes TK, 43 -
-
-
-
-
-
-
-
-
-