Plenair Van Apeldoorn bij behandeling Pakket Belastingplan 2026



Verslag van de vergadering van 15 december 2025 (2025/2026 nr. 12)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.23 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Voorzitter. Belastingen raken de kern van wat de overheid doet en waar de overheid voor is. Tegelijkertijd raken ze bijna iedereen direct in de portemonnee. Met belastingen financieren we onze publieke voorzieningen: zonder belastingen geen wegen, geen scholen, geen zorg en geen politie. Maar belastingen zijn meer dan een financieringsinstrument. Ze zijn ook een essentieel middel om de markt te corrigeren en bij te sturen. De kapitalistische markteconomie kan economische groei voortbrengen, maar is ook een bron van structurele ongelijkheid. Dat is niet alleen een probleem vanuit het perspectief van rechtvaardigheid en vanuit democratisch oogpunt. Het leidt, zo blijkt uit tal van studies, uiteindelijk ook tot economische inefficiënties.

Daarnaast externaliseert de markt zonder overheidsingrijpen systematisch maatschappelijke kosten terwijl de winsten privaat worden toegeëigend. Dat geldt in het bijzonder voor milieu- en klimaatschade. Juist daarom is belasting geen noodzakelijk kwaad, maar een positief sturingsinstrument om te komen tot een eerlijker, fatsoenlijker en groener land. Is de staatssecretaris het met mij eens dat belastingen die bredere functie hebben?

Voor de SP is een eerlijk belastingstelsel gebaseerd op een helder uitgangspunt: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Dat betekent dat de effectieve belastingdruk stijgt met inkomen en vermogen. Dat is inclusief box 2 en box 3. Graag hoor ik of de staatssecretaris dit uitgangspunt onderschrijft.

Daarnaast biedt het fiscale instrument ook een kans tot het corrigeren van de grote ongelijke uitkomsten van de markt. Wat de SP betreft, zou een eerlijke verdeling idealiter al vóór belastingheffing beginnen, door eigendom en zeggenschap gelijker te verdelen. Maar vandaag spreken we over herverdeling via de fiscus. Juist daar moeten we constateren dat ons belastingstelsel ongelijkheid onvoldoende corrigeert en op onderdelen zelfs vergroot. De allersterkste schouders dragen helemaal niet de allerzwaarste lasten. Het is zelfs omgekeerd.

Daarnaast zet ons belastingstelsel nog steeds onvoldoende in op vergroening en verduurzaming. Zo vind ook mijn fractie dat de nu voorgestelde verlaging van het CO2-tarief voor broeikas- en lachgasinstallaties een stap in de verkeerde richting is. Dit kabinet heeft al te weinig laten zien met betrekking tot verduurzaming. Zoals we allemaal weten, worden op deze manier de klimaatdoelen niet gehaald. Met het de facto afschaffen van de CO2-belasting voor industrie gaan opnieuw de kortetermijnbelangen van het bedrijfsleven ten koste van het langetermijnbelang van ons allemaal en ten koste van onze brede welvaart. Mijn fractie wil morgen graag van de regering horen, vermoedelijk van de minister, hoe die hiertegen aankijkt. Erkent de minister dat met deze voorgestelde verlaging van het CO2-tarief de prikkel om te verduurzamen voor dit deel van de industrie afneemt?

Voorzitter. In de rest van mijn betoog richt ik me op het oneerlijke karakter van onze belastingheffing. Ik constateer dat het Belastingplan 2026 daar opnieuw weinig aan doet en het in sommige opzichten nog erger maakt.

De voorzitter:

In de tussentijd heeft de heer Kroon een interruptie.

De heer Kroon i (BBB):

Ik had de indruk dat het blokje milieu en klimaat afgerond was.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Correct.

De heer Kroon (BBB):

Daar had ik nog een vraag over. Ik hoor uw zorg, maar ik hoor niet dat u zich zorgen maakt om al die bedrijven die vandaag de dag zonder handelingsperspectief de keuze maken om te sluiten of uit Nederland te vertrekken. Dat heeft ook invloed op onze samenleving. Hoe kijkt u daarnaar?

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik denk dat de heer Kroon eerst zou moeten onderbouwen om hoeveel bedrijven het gaat. Hoeveel bedrijven dreigen hier te vertrekken? Vooralsnog zie ik die massale uittocht niet. Bovendien kunnen we daar ook op andere manieren wat aan doen. Ik vind het zeker belangrijk dat wij in Nederland ook maakindustrie behouden, maar die maakindustrie moet wel gedwongen worden om te verduurzamen. Dat betekent dat je daar ook in de fiscale sfeer voldoende prikkels voor nodig hebt. Soms kun je tegelijkertijd iets doen met subsidies. Je kunt er ook voor zorgen dat die bedrijven hier uiteindelijk onder goede omstandigheden kunnen blijven investeren. Maar als die prikkels er niet zijn, zullen ze ook niet verduurzamen.

De heer Kroon (BBB):

Ik wil u graag helpen. Ik ken de nummers ook niet uit mijn hoofd, maar kijk bijvoorbeeld naar Chemelot in het zuiden. Dat is overigens een klassieke arbeidersregio. Daar lopen de bedrijven in de chemische industrie eigenlijk allemaal weg. Dat is ook het geval in de Rotterdamse haven; alles wat te maken heeft met biofuels en chemie loopt daar weg. De meeste mensen zien het dus wel. Peter Wennink zei vorige week in zijn rapportage dat het ontbreken van die bedrijven in de economische schakel van Nederland slecht is voor het toekomstige verdienvermogen. Leven wij dan in een parallelle wereld? Hoe zit dat?

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik denk dat de vraag vooral is: wat voor industrie wil je in Nederland hebben? Een industrie die vervuilend is, die zorgt voor een enorme uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen, die niet bijdraagt aan het halen van onze klimaatdoelen maar die ervoor zorgt dat die steeds verder uit het zicht verdwijnen, zouden we uiteindelijk niet moeten willen hebben in Nederland. We moeten dus industrie behouden in Nederland, maar tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat die industrie groener wordt. Dat kan je onder andere doen via fiscale prikkels. Dat betekent niet dat je de industrie wegjaagt; dat betekent dat je industrie de prikkel geeft om groener en schoner te worden en om op een andere manier te opereren. Dat geldt ook voor de chemische industrie van Chemelot.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Kroon.

De heer Kroon (BBB):

Ik vat het dan even samen. U kiest ervoor dat de schoonste chemische industrie van Europa uit Nederland verdwijnt en zich vestigt in die landen waar de milieudruk en de milieuwetgeving lager zijn om daar vervuilender door te gaan.

De voorzitter:

De heer Van Apeldoorn, voor een reactie. Daarna vervolgt hij zijn betoog.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Voorzitter, dank voor het woord. Die stelling wil ik niet onderschrijven. Daar ga ik niet in mee. Er is volgens mij geen bewijs dat er op dit moment sprake van is dat die chemische industrie uit Nederland vertrekt. Daar is de SP zeker niet voor. Als het al zou dreigen, dan zouden we het ook op andere manieren kunnen voorkomen. Daarvoor hoeven we niet de prikkel tot verduurzaming, zoals deze is opgenomen in dit Belastingplan, te verlagen.

Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog, met uw instemming. Wat de SP betreft moet werken lonen. Helaas zijn de lasten op arbeid nog steeds veel te hoog. Voor de SP betekent dit dat we arbeid minder moeten gaan belasten en kapitaal meer. We moeten dus naar een andere verhouding toe dan de huidige. In de huidige verhouding ligt, afhankelijk van de conjunctuur, het aandeel van het kapitaal rond de 20% en wordt de helft door arbeid opgebracht, terwijl het juist ook de arbeid is die de winst mogelijk maakt.

Zoals in het rapport van de Algemene Rekenkamer Verantwoord belasten te lezen is, is ons inzicht in de daadwerkelijke verdeling van de lasten tussen arbeid en kapitaal beperkt, in zoverre dat wat als inkomen wordt gerekend deels ook inkomen uit kapitaal, uit vermogen, betreft. Inderdaad zouden we ook willen sturen op wat een goede belastingmix zou zijn. Is de staatssecretaris het met ons eens dat ook het parlement, als medewetgever, daar meer inzicht in moet krijgen en dat dat op dit moment onvoldoende het geval is? Het is wat ons betreft spijtig dat we die cijfers nu nog niet hebben. Het is helemaal spijtig dat we die ook niet van de meest recente jaren hebben. Ik sluit hier voor het overige graag aan bij wat collega Holterhues hierover gezegd heeft.

Is de staatssecretaris het, los van de cijfers, met mij eens dat we arbeid minder moeten zouden belasten en dat dat ook gewoon goed is voor onze economie? Zo ja, hoe kijkt hij dan aan tegen zijn eigen Belastingplan?

We moeten de lastenverdeling tussen arbeid en kapitaal verschuiven ten gunste van arbeid, maar we moeten binnen de laatste categorie — ik heb het dan over de inkomstenbelasting — ook meer dan nu kiezen voor het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Te vaak heeft dit kabinet voor het omgekeerde gekozen. We zien dit ook weer terug in het Belastingplan. Door het beperken van de inflatiecorrectie — dat is technisch de "tabelcorrectiefactor", die slechts 52,8% is — zijn het wederom niet de sterkste schouders die de zwaarste lasten dragen. Deze truc, hoewel niet zichtbaar voor de meeste mensen, treft, in ieder geval relatief, vooral ook de lage en middeninkomens. Erkent de staatssecretaris dit? Zo ja, waarom is hiervoor gekozen? Waarom wordt het elke keer weer gezocht bij de lagere inkomens?

Dit kabinet had namelijk geld nodig, onder andere door het niet doorgaan van de verhoging van de btw op sport, cultuur en media. Waar haalt dit dubbeldemissionaire kabinet dan het geld vervolgens vandaan? Bij de lage inkomens en middeninkomens die, nadat de algemene heffingskorting ook al verlaagd was in het vorige belastingplan, nu opnieuw het gelag moeten betalen. Waarom is de beperking van de inflatiecorrectie niet alleen toegepast op de hoge inkomens, die in de derde schijf? Waarom is er niet voor gekozen die schijf te bevriezen in plaats van het geld bij de hardwerkende, maar minder goed verdienende Nederlander te halen, juist als je vindt dat werken moet lonen? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Een structureel probleem in onze samenleving blijft de extreem grote vermogensongelijkheid, zoals onder andere in kaart gebracht door een interdepartementaal beleidsonderzoek en door het CPB. Ik citeer het ibo nog maar eens, al vrees ik dat dit bij dit inmiddels dubbeldemissionaire kabinet aan dovenmansoren gericht is: "Een te scheve vermogensverdeling kan negatieve effecten hebben op de economie en maatschappij als geheel, en vergroot de kansenongelijkheid." Maar dit kabinet had lak aan de analyse en aanbevelingen van het ibo. We kunnen alleen hopen — al vrees ik het ergste als straks naast de VVD ook nog JA21 aanschuift — dat het volgende kabinet het hardnekkige probleem van vermogensongelijkheid wel serieus neemt.

Intussen leven we nog steeds in een land waarin de top 10% rijkste huishoudens maar liefst 60% van het vermogen bezit en de 0,1% rond de 10% à 11%. Hoe scheef wil je het hebben? Het wordt nog schever als je het eigen woningbezit niet meerekent. Dan bezit de top 10% ongeveer 80% van het totale vermogen. Al even extreem ongelijk is de verdeling van het zogenaamde aanmerkelijk belang, box 2 dus, oftewel het grootaandeelhouderschap. De top 10% bezit hier rond de 95% van het totaal. 95%! Hoeveel schever zou deze verdeling moeten worden, wil deze staatssecretaris de vermogensverdeling te scheef vinden?

Vorig jaar heb ik de minister van Financiën hierover bevraagd. Ik heb van hem begrepen dat hij de verdeling van het bezit in ons land helemaal niet te scheef vindt, of althans dat hij daar geen uitspraken over wil doen. Maar heel veel schever kan het bijna niet. Daarbij moeten we er ook nog eens van uitgaan dat het een onderschatting is, omdat veel vermogen niet opduikt in de officiële statistieken omdat het de fiscus ontduikt. Het feit dat vermogen veel minder belast wordt dan inkomen uit arbeid, blijft de SP-fractie daarbij een enorme doorn in het oog. Dit kabinet heeft het alleen maar erger gemaakt en daarmee de vermogensongelijkheid eerder aangejaagd dan teruggedrongen. Erkent de staatssecretaris dat?

Dit kabinet, dat naar we mogen aannemen en hopen aan zijn laatste Belastingplan heeft gewerkt, heeft vooral de kassa voor het kapitaal laten rinkelen. Het stond destijds in geen enkel verkiezingsprogramma, maar op basis van mede het initiatief van de heer Heijnen, toen nog in zijn rol als BBB-senator, werden onder andere de belasting op de inkoop van eigen aandelen en de verhoging van het box 2-tarief weer teruggedraaid. Alleen al het eerste betreft — we hoorden het collega Martens ook zeggen — een cadeau van structureel 2,2 miljard per jaar voor het grootkapitaal. Ook hier betaalt de werkende klasse, de hardwerkende Nederlander, de prijs; die is dus de klos. Ik had het natuurlijk ook niet verwacht, maar stel toch vast dat het voorliggende Belastingplan geen van deze eerdere cadeaus aan het grootkapitaal terugdraait en ook niets doet aan de extreme vermogensongelijkheid.

Het is nog veel erger. In ons land worden de rijken en de superrijken niet zwaarder, maar minder zwaar belast dan de gemiddelde hardwerkende Nederlander. Zoals ik ook vorig jaar betoogd heb op deze plek, heeft Nederland geen progressief maar een degressief belastingstelsel. Collega Martens — ik zie dat hij er nu niet is — zei hier eerder ook al behartigenswaardige dingen over. Dit is ook allemaal keurig gedocumenteerd door het CPB. Waar heb ik het over? De belastingdruk stijgt weliswaar naarmate je meer verdient, maar deze progressie houdt op zodra we naar de allerrijksten kijken, want vanaf de top 10% neemt de belastingdruk weer af. Voor de top 0,01% is deze nog maar 27,8%; dat is minder belastingdruk dan voor de meeste middeninkomens. Deze cijfers houden dan nog niet eens rekening met indirecte belastingen, die zoals we weten vooral de lage inkomens treffen. Nemen we die indirecte belastingen wel mee, dan daalt de belastingdruk voor de allerrijksten tot slechts 20% terwijl de gemiddelde belastingdruk zo'n 40% is, voor zover de allerrijksten die lagere belasting ook betalen en niet effectief weten te ontwijken via allerlei trucs. Ik heb het zijn voorganger ook gevraagd, dus ik vraag het hem ook nog eens: wat vindt de staatssecretaris er eigenlijk van dat in Nederland de sterkste schouders helemaal niet de zwaarste lasten dragen? Aan dit omgekeerde robinhoodbeleid moet echt eindelijk een einde komen. Het is spijtig dat de hele vorming van box 3 vooralsnog niet te baat is genomen om eindelijk eens met een echte vermogensbelasting, een miljonairsbelasting, te komen.

Voorzitter. Ik kom tot een afronding. Waar de overige wetsvoorstellen in dit pakket uiteindelijk wel op onze instemming kunnen rekenen, geldt dat niet voor het Belastingplan zelf. Niet alleen doet het te weinig aan vergroening — sterker, het maakt deels de omgekeerde beweging — het doet vooral veel te weinig aan de oneerlijke verdeling van de lasten tussen arbeid en kapitaal en tussen de lage en hoge inkomens. Sterker nog, ook hier bevat het Belastingplan elementen die de werkende klasse nog meer laten betalen terwijl de rijken opnieuw ontzien worden. Dat kan uiteraard niet rekenen op de steun van de SP. Maar dat neemt niet weg dat wij uitkijken naar de beantwoording van de staatssecretaris.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Meneer Van Apeldoorn, heel hartelijk dank voor uw bijdrage. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Moonen. Zij spreekt namens de fractie van D66.