Verslag van de vergadering van 15 december 2025 (2025/2026 nr. 12)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 20.00 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Van der Linden i (VVD):
Voorzitter. Ik heb het pakket Belastingplan met veel interesse gelezen. Het was mijn eerste. Het merkwaardige is: hoe dieper je in de details van deze zeven wetsvoorstellen duikt, des te meer zorgen je je maakt. Wat wij hier voor ons hebben, is immers geen integrale visie — we hebben het al eerder gehoord — maar een reparatie van een reparatie van een eerdere herstelwet. We plakken pleister op pleister. Kijkt u naar de 30%-regel in de Wet fiscale maatregelen: vorig jaar versoberd, nu weer deels teruggedraaid. Of kijkt u naar box 3, waar we al jaren werken met een overbruggingswet, die we nu wederom moeten aanpassen door een uitspraak van de Hoge Raad. Het is continu stutten en steunen over de volle breedte van dit pakket. Hoewel mijn fractie de noodzaak van de afzonderlijke maatregelen in het pakket inziet, moeten we ons wel afvragen: verbeteren we het stelsel nog wel, of repareren we het alleen maar tot de volgende keer?
Voorzitter. Dit pakket laveert tussen drie doelen: werken moet lonen, ondernemen moet aantrekkelijk blijven en de Belastingdienst moet het kunnen uitvoeren. Mijn fractie ziet daarin zeker goede stappen. De arbeidskorting gaat omhoog en werkenden gaan in koopkracht vooruit. Maar tegelijkertijd maken we ons zorgen over de onderdelen waar de lasten stijgen en de regels eerder ingewikkelder dan simpeler worden.
Het pakket Belastingplan is omvangrijk en mijn spreektijd beperkt. Daarom heb ik ervoor gekozen om vandaag kort in te gaan op de koopkracht, de amendementen, de ondernemers en het vestigingsklimaat, de internationale fiscaliteit en ten slotte de uitvoerbaarheid. Allereerst de koopkracht. Laat ik beginnen met het goede nieuws. Zoals we al eerder hebben gehoord, is er sprake van een gemiddelde koopkrachtstijging van 1,3% voor werkenden. Wij zien dit concreet terug in de tariefsverlaging in de eerste schijf en de verhoging van de algemene heffingskorting. Vooral de verhoging van de arbeidskorting is voor mijn fractie essentieel. Dat is dé knop waaraan we moeten draaien. Onze inzet blijft immers dat het verschil tussen werken en niet werken groter moet worden. Dan heb ik het uiteraard alleen over de mensen met arbeidspotentieel, zeg ik tegen meneer Van Apeldoorn.
Voorzitter. Dan de amendementen. De Tweede Kamer heeft negen amendementen aangenomen die het Belastingplan substantieel hebben bijgesteld. Laat ik de belangrijkste kort toelichten, want ze raken de kern van onze liberale koers.
De heer Schalk i (SGP):
Een korte vraag aan collega Van der Linden. Het ging net even over de arbeidskorting. Verhogen is wel weer heel slecht voor eenverdieners. Moet je niet juist verlagen en een andere knop gebruiken om mensen te helpen met arbeid?
Mevrouw Van der Linden (VVD):
Ik ken uw standpunt over eenverdieners. Mijn fractie zit daar toch iets anders in. Wat ons betreft moet iedereen werken die kan werken, die arbeidspotentieel heeft en die dus kan bijdragen aan het draaiend houden en laten groeien van onze economie, waardoor we allemaal meer welvaart hebben.
De heer Schalk (SGP):
Ik had net een gesprek met mevrouw Visseren die een paar voorbeelden aanreikte van mensen die een andere keuze willen of moeten maken. Heeft de VVD daar ook aandacht voor?
Mevrouw Van der Linden (VVD):
De VVD is met u van mening dat als je niet kunt werken, er voor je gezorgd moet worden. Er moet een welvarende uitkering zijn en er moet voldoende zorg zijn als dat nodig is. Als je daarentegen wel kunt werken, is mijn fractie voorstander van meedoen in arbeidsparticipatie.
De voorzitter:
Dank u zeer. Vervolgt u uw betoog
Mevrouw Van der Linden (VVD):
Ik was bij box 3. Het amendement-Grinwis heeft voorkomen dat het forfait voor overige bezittingen zou stijgen. Het blijft nu 6% en het heffingsvrij vermogen blijft onveranderd. Namens mijn fractie zeg ik dat dit verstandig is, want een forfait van bijna 8% op vermogen, dat wellicht helemaal geen 8% rendement maakt, is geen belasting maar confiscatie. Vooral particuliere verhuurders zouden geraakt worden. Zij maken vaak veel minder rendement en binnen de huidige tegenbewijsregeling kunnen zij kosten als onderhoud, verduurzaming en leegstand niet eens aftrekken. Dat zou leiden tot het nog meer afstoten van huurwoningen. Dat is het laatste wat we in deze krappe woningmarkt kunnen gebruiken. Het is al vaker genoemd, maar ik wil daar toch kort bij stilstaan. De dekking komt uit de versnelde afbouw van de wet-Hillen: de lage heffing voor huiseigenaren met weinig of geen hypotheekschuld. We hebben er zojuist uitvoerig bij stilgestaan. Mijn fractie vraagt zich af wat dit betekent voor het EMU-saldo, vooral omdat het meeste van de opbrengst pas na 2027 beschikbaar is. In 2026 en 2027 levert de wet-Hillen slechts 13 miljoen en 29 miljoen op, zoals we net hebben gehoord van de heer Van Rooijen, terwijl 1,2 miljard aan inkomsten wordt gemist in box 3. Hoe past dit bij de begrotingsregels als we nu een tekort oplopen dat pas later wordt gecompenseerd?
Dan over het lucratief belang. De voorgenomen verzwaring van de heffing op middellijk gehouden lucratieve belangen, die via een multiplier de effectieve belastingdruk naar 36% zou brengen, is uitgesteld naar 2028. Dat is het moment waarop ook het nieuwe box 3-stelsel, hopelijk met werkelijk rendement, ingaat. Mijn fractie waardeert het dat de Tweede Kamer het amendement-Van Eijk heeft aangenomen, waarmee deze mogelijkheid wordt gecreëerd. Dit draagt bij aan het voorkomen van overbodige complexiteit en biedt ondernemers, scale-ups en start-ups duidelijkheid en stabiliteit.
Dan over ondernemers en het investeringsklimaat. De VVD wil ruimte voor ondernemers. Daarom zijn wij kritisch op maatregelen die investeringskapitaal wegnemen, zoals de lucratiefbelangregeling. Die raakt het mkb, start-ups en familiebedrijven. Dat zijn juist de bedrijven die dit land draaiende houden.
Dan wat betreft de bedrijfsopvolgingsregeling. Hoewel het teleurstellend is dat verruiming uitblijft, zijn we blij dat versobering is voorkomen. Ondernemers verdienen langdurige zekerheid. Fiscale stabiliteit mag dan niet spannend klinken, maar is van wezenlijk belang.
Over stabiliteit gesproken: ik maak een specifieke kanttekening bij de gevolgen van het amendement-Grinwis voor de youngtimerregeling. Ik geloof dat iedereen daar nu wat over heeft gezegd, maar ik doe gezellig mee. Laten we niet vergeten dat voor veel zzp'ers en startende ondernemers een auto van vijftien jaar oud geen fiscale truc of luxe hobby is, maar een puur noodzakelijk bedrijfsmiddel om betaalbaar mobiel te blijven. Door deze regeling nu te versoberen veranderen we wederom de spelregels tijdens de wedstrijd. We raken hiermee niet de grote multinationals, maar de ondernemer die nog niet de middelen heeft voor een gloednieuw, elektrisch wagenpark. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat deze groep, die dacht te kunnen bouwen op bestendig fiscaal beleid, nu onevenredig hard wordt geraakt in zijn vaste lasten?
Voorzitter. Dan de internationale fiscaliteit en de technische aanpassingen aan de Wet minimumbelasting 2024, ook wel "Pijler 2" genoemd. Die wet zorgt ervoor dat multinationals in binnenlandse groepen met een omzet van 750 miljoen of meer effectief minstens 15% belasting betalen. De principes zijn helder. Nederland heeft zich gecommitteerd aan internationale afspraken over eerlijke belastingheffing. Dat voorkomt belastingontwijking en verstoringen van het gelijke speelveld. Tegelijkertijd vraagt mijn fractie om waakzaamheid. Deze regelingen zijn complex, vragen veel van de uitvoering en mogen niet leiden tot onnodige administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Wij maken ons specifiek zorgen over de offshoresector en de tonnageregeling. Ziet de staatssecretaris risico's voor het vestigingsklimaat?
Voorzitter. Op het gebied van klimaat en milieu moeten we voorzichtig zijn. Het CBAM-wetsvoorstel omtrent het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens wordt vanaf 1 januari 2026 volledig operationeel. Dit is Europese regelgeving die koolstoflekkage moet voorkomen. De VVD steunt dat doel, maar vraagt het kabinet: monitor de uitvoerbaarheid en de effecten op het bedrijfsleven. Europese ambities die Nederlandse bedrijven onevenredig raken zonder dat derde landen volgen, leveren klimaatwinst noch economische zekerheid op.
Dan de vliegbelasting. Die levert nauwelijks klimaatwinst op, met minder dan 2% CO2-reductie, en lijkt vooral bedoeld als extra inkomstenbron. Hierdoor kiezen passagiers en vrachtvervoerders vaker voor buitenlandse luchthavens, zonder dat dit het milieu daadwerkelijk helpt. Mijn fractie vraagt zich af of deze belasting opweegt tegen het risico voor de werkgelegenheid en de rol van Nederland als mainport.
Voorzitter. Daarnaast is er de hogere privéjetbelasting. Vanaf 2030 treft die ook medische evacuaties, zakelijke noodsituaties, ondernemingen in crisisgebieden en luchtvaarttechnische inspecteurs. Voor hen is dit geen luxe, maar noodzaak. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat deze en dergelijke partijen hierdoor niet onterecht worden behandeld?
Voorzitter. Ten slotte de uitvoerbaarheid. De VVD vraagt om een beperking van complexiteit en om een eerlijke inschatting van de ICT-capaciteit bij de Belastingdienst. De Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht en andere uitvoeringswetsvoorstellen vragen om een zorgvuldige implementatie. "Mooi in theorie" mag niet "onuitvoerbaar in de praktijk" worden. Wij vragen niet alleen om haalbaarheid op papier, maar ook om werkbaarheid voor de mensen bij de uitvoeringsorganisaties.
Voorzitter, ten slotte. Mijn fractie ziet in dit pakket zowel kansen als risico's. De koopkrachtverbetering voor werkenden is welkom en de amendementen van de heer Grinwis en mevrouw Van Eijk corrigeren, maar het kernprobleem blijft: we repareren zonder te hervormen. We geven ondernemers rust via het uitstel van het lucratief belang, maar slaan ze tegelijk harder via de youngtimers. We voorkomen dat box 3 naar 7,78% gaat, maar werken met timinggaten in de dekking. We moderniseren de Belastingdienst, maar voegen tegelijkertijd meer complexiteit toe. Dit pakket helpt, voor nu, maar we moeten stoppen met reparatie na reparatie. De volgende keer wil mijn fractie niet het gat dichten; de volgende keer wil mijn fractie het huis herbouwen. Mijn fractie vraagt het kabinet: maak volgend jaar een begin met echte vereenvoudiging. Werkenden, ondernemers en de uitvoering verdienen namelijk niet meer pleisters; zij verdienen een werkend stelsel.
Dank u wel.
De heer Martens i (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht: ik wacht tot het einde. Ik heb een vraag over de opmerkingen rond de vliegbelasting. Ik begrijp wat mevrouw Van der Linden zegt, maar ik ben het er niet mee eens. Aan de ene kant zullen we óf het vliegen moeten vergroenen, óf we zullen wat minder moeten vliegen. Mijn vraag naar aanleiding van uw betoog is: wat zou u dan voorstaan? U zegt: we moeten het zo niet doen, en we moeten heel voorzichtig zijn met de belasting op privéjets. Maar wat dan wel?
Mevrouw Van der Linden (VVD):
Als het de bedoeling is om echt klimaatdoelen te stellen, dan denk ik dat het daadwerkelijk grote klimaatdoelen moeten zijn, en niet een 0,2% CO2-reductie. Tegelijkertijd geloof ik, en dat gelooft mijn fractie met mij, dat we niet als Nederland regels moeten stellen die in Europa verder niet gelden. We moeten het niet aanmoedigen dat mensen naar Brussel of naar Düsseldorf rijden om dezelfde vlucht te maken voor minder geld. Dat treft geen doel en dat heeft uiteindelijk alleen tot gevolg dat onze economie daaronder lijdt. De rest kunt u daar zelf bij bedenken.
De heer Martens (GroenLinks-PvdA):
Mijn bezwaar bij deze wet was dat die zo gering is dat hij bijna niets doet qua CO2. Mevrouw Van der Linden zegt het eigenlijk ook. Ik zou bijna zeggen dat we de wet steviger moeten inzetten. Ik wil toch mijn vraag herhalen: wat moeten we dan wél doen om de luchtvaart te vergroenen? Want als we alleen hopen dat het gebeurt, gaat het niet gebeuren. Zonder die financiële prikkel werkt het in de markt zo dat de vliegtuigen die we nu hebben, toch gewoon gebruikt blijven worden.
Mevrouw Van der Linden (VVD):
Wat mij betreft zou het een Europese regeling moeten zijn. Nederland moet in zijn kleinheid, in zijn eentje, niet strenger zijn dan de omringende landen, met effecten die nauwelijks werken. Dat zou de mening van mijn fractie zijn.
De heer Hartog i (Volt):
Aansluitend. Ik hoor de VVD nu pleiten voor een eigenmiddelenbesluit van de Europese Unie op het gebied van de vliegbelasting. Dat had ik nog niet gehoord. Heb ik goed begrepen dat mevrouw Van der Linden nu pleit voor een Europese vliegbelasting als eigen middel?
Mevrouw Van der Linden (VVD):
Een goede vraag. De vraag was volgens mij: wat zou u, mevrouw Van der Linden, willen? Mevrouw Van der Linden vindt: laten we het met z'n allen doen en laten we het niet als Nederland in ons eentje doen. Mevrouw Van der Linden, en de VVD zeker, pleiten niet voor een vliegbelasting.
De heer Hartog (Volt):
Een korte vraag: vindt mevrouw Van der Linden het goed als ik dat ook doorgeef aan de heer Van Ballekom?
Mevrouw Van der Linden (VVD):
Dat vindt mevrouw Van der Linden goed.
De voorzitter:
Dank nogmaals voor uw bijdrage, mevrouw Van der Linden. Ik geef graag het woord aan de heer Koffeman namens de fractie van de Partij voor de Dieren.