De Eerste Kamer heeft op dinsdag 27 oktober 2020 na stemming bij zitten en opstaan ingestemd met de in de brief van een aantal Leden van 23 oktober 2020 (EK, H) voorgestelde wijziging van het Reglement van Orde in verband met de vaststelling van een Tijdelijke regeling digitaal quorum. Fractie-Otten en PVV stemden tegen.
De Kamer heeft op 15 december 2020, 23 februari 2021, 20 april 2021 en 29 juni 2021 ingestemd met een verlenging van de regeling met ten hoogste twee maanden, de laatste keer tot uiterlijk 1 september 2021. PVV en Fractie-Otten is daarbij op 29 juni aantekening verleend.
De Voorzitter van de Eerste Kamer heeft op 29 oktober 2020 het Tijdelijk besluit digitaal quorum vastgesteld. De Voorzitter heeft op 15 december 2020, 23 februari 2021, 20 april 2021 en 29 juni 2021 gemeld dat dit besluit met ten hoogste twee maanden zal worden gecontinueerd, de laatste keer eveneens tot uiterlijk 1 september 2021.
De Eerste Kamer heeft op 16 november 2021 na stemming bij zitten en opstaan ingestemd met de in de brief van de Kamervoorzitter van 5 november 2021 (EK, I) voorgestelde wijziging van het Reglement van Orde in verband met de vaststelling van een Tijdelijke regeling digitaal quorum 2021.
Voor: SGP, CDA, Fractie-Nanninga, FVD, VVD, GroenLinks, SP, 50PLUS, PvdA, OSF, D66, PvdD en ChristenUnie.
Tegen: Fractie-Otten en PVV.
De Eerste Kamer heeft op 25 januari 2022 de verlenging van de Tijdelijke regeling digitaal quorum 2021 tot uiterlijk 1 april 2022 als hamerstuk afgedaan. PVV en Fractie-Otten is daarbij aantekening verleend. De regeling is per 1 april 2022 vervallen.
De Voorzitter van de Eerste Kamer heeft op 16 november 2021 het Tijdelijk besluit digitaal quorum 2021 vastgesteld. De Voorzitter heeft op 25 januari 2022 gemeld dat dit besluit met ten hoogste twee maanden zal worden gecontinueerd, eveneens tot uiterlijk 1 april 2022. Met het vervallen van de Tijdelijke regeling is ook dit besluit per 1 april 2022 vervallen.