De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Holterhues (ChristenUnie) toe om, conform de motie-Stoffer/Van Eijk, in gesprek te gaan met verhuurders over de effecten van de wet op de huurders en daarbij specifiek ook het onderhoud van de panden te betrekken.
| Nummer | T04080 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 juli 2025 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane |
| Kamerleden | drs. F.W.J. Holterhues (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Financiën (FIN) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | box 3 huur en verhuur tegenbewijsregeling |
| Kamerstukken | Wet tegenbewijsregeling box 3 (36.706) |
Handelingen I 2024/2025, nr 37, item 4, p.38
De heer Holterhues (ChristenUnie):
“Ik begrijp uiteraard de reactie van de staatssecretaris. Natuurlijk begrijp ik dat er geen ongelimiteerde huurstijgingen zijn en dat die ook aan wet- en regelgeving zijn gebonden. Mijn andere vraag was nog of het iets zou kunnen doen voor het onderhoud van panden. Ik kan me zomaar voorstellen dat huizenbezitters zeggen: weet je wat, uit de lengte of uit de breedte, ik ga nu beknibbelen op het onderhoud. Denk aan studentenwoningen. Heeft de staatssecretaris daar zicht op?”
Staatssecretaris Van Oostenbruggen:
“Het niet-doen van onderhoud valt in de categorie "penny wise, pound foolish". Het lost nu wellicht een probleem op, maar dat krijg je later weer terug. In 2028 en verder kun je het wel aftrekken. Dat is natuurlijk een afweging die verhuurders zelf moeten maken. De kosten worden hoger als je een aantal jaren niet schildert. Een jaartje uitstellen kan wel. Als je het drie jaar uitstelt, moet je misschien een kozijn vervangen en dan zijn de kosten hoger dan het voordeel dat je hebt bij aftrek. Dat er een effect zal zijn, geloof ik, maar dit herstel moeten we bieden en we moeten de komende twee jaar door voor we bij een nieuwe Wet werkelijk rendement uitkomen.”
De heer Holterhues (ChristenUnie):
“Ook dit antwoord van de staatssecretaris begrijp ik. Ik kan het ook anders vragen. De staatssecretaris heeft net aangegeven dat hij de effecten ervan meeneemt in de gesprekken met de doelgroep. Het gaat me dus met name, zeg ik ook richting de heer Crone, om het effect op de huurders, niet op de huisjesmelkers. Zou de staatssecretaris dat onderhoud van de panden ook mee willen nemen in het gesprek met verhuurders? Kan hij dat toezeggen?”
Staatssecretaris Van Oostenbruggen:
“Absoluut. Ik zal de effecten van deze wet meenemen, conform de motie-Stoffer/Van Eijk. Dat ga ik zeker doen. Tegelijkertijd blijft natuurlijk het punt staan dat ik herstel moet bieden. Ik ben gehouden aan de hersteloperatie. Ook tegen u en uw fractie wil ik graag zeggen dat ik deze wet echt nodig heb voor die laatste vijf punten, om het scherp te maken en geen discussie te krijgen over bijvoorbeeld zoiets sufs als het genietingstijdstip.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2024/2025, nr. 37, item 4
-
-
7 juli 2025
toezegging gedaan