De staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid van Meenen (D66), toe de Kamer per brief te informeren over de stand van zaken ten aanzien van brede brugklassen.
| Nummer | T04094 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 14 oktober 2025 |
| Deadline | 1 januari 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie |
| Kamerleden | drs. P.H. van Meenen (D66) |
| Commissie | commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | brede brugklassen primair onderwijs voortgezet onderwijs |
| Kamerstukken | Wijziging begrotingsstaten Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (Voorjaarsnota) (36.725 VIII) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 4, item 6, p. 26.
De heer Van Meenen (D66):
“In ons onderwijs selecteren we vroeg en hard. Om dat te verzachten is de brede brugklas een heel goed idee, omdat voor de meeste kinderen 11 jaar of 12 jaar veel te vroeg is om te bepalen waar ze uiteindelijk terechtkomen. Omdat scholen in het verleden steeds meer gingen categoriseren en er steeds meer een sjoelbak van maakten — je moest op je 11de of 12de al in een bepaalde richting — heeft de overheid in de hoedanigheid van vorige kabinetten besloten om dat te subsidiëren. Er werd extra geld beschikbaar gesteld voor het realiseren van die brede brugklassen. Dat halen we nu weg. Althans, ik haal het niet weg, maar dit kabinet doet dat. Dan kun je wel zeggen dat een school nog steeds de mogelijkheid heeft om dat te doen, maar het probleem was nou juist dat scholen dat niet meer deden. Hoe is de reactie van de staatssecretaris daarop? Gaat hij in de gaten houden wat er nu gebeurt op het gebied van brede brugklassen? Is hij zelf überhaupt een voorstander van deze brede brugklassen?”
Staatssecretaris Becking:
“Nogmaals, ook los van de subsidie blijft de mogelijkheid bestaan om die varianten op te zetten. Daar is die subsidie niet per se voor nodig. Je kunt een tweejarige dakpanbrugklas opzetten. Wij steunen dat door daarbij te helpen en daar kennis over op te bouwen. We monitoren dat ook, dus we weten grosso modo waar dat wel en niet gebeurt. Daar zijn goede voorbeelden van. Die ervaringen komen dus tot ons en die delen we ook.”
De heer Van Meenen (D66):
“Zou de staatssecretaris dat ook met de Kamer kunnen delen? Zou hij nu als een soort nulmeting — niet "nu" in de zin van vandaag, maar in de komende tijd — de Kamer kunnen informeren over de stand van zaken ten aanzien van brede brugklassen? Kan hij dat jaarlijks monitoren om te kijken wat er gebeurt, zodat we ook weer tijdig deze in mijn ogen verkeerde richting naar de goede kunnen ombuigen?”
Staatssecretaris Becking:
“Ik wil wel kijken of ik u daar nader over kan informeren. Van een jaarlijkse rapportageplicht die ik daarachter weg hoor komen, denk ik: we moeten er misschien nog eens even naar kijken hoe we dat dan kunnen inrichten. Dat leidt dan namelijk weer tot extra administratieve verplichtingen, kost weer geld et cetera. Maar ik heb best de bereidheid om daar eens naar te kijken en u daarover te informeren.
(…)
Maar nogmaals, laten we beginnen met een informerende brief over waar we nu staan.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 4, item 6
-
14 oktober 2025
toezegging gedaan