Dinsdag 24 februari 2026, commissie Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)




Agenda

1.Vaststellen agenda


2.36859

Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen

Beslispunt

Kan de commissie ermee instemmen te volstaan met een verslag waarin zij zich het recht voorbehoudt bij de plenaire beraadslaging in te gaan op de inhoud van het voorstel, en de Kamervoorzitter voor te stellen deze plenaire beraadslaging direct op 24 februari 2026 te houden, inclusief eventuele stemming?

Toelichting

  • A. 
    Achtergrond

Artikel 106a van de Vreemdelingenwet kent de minister, kort gezegd, de bevoegdheid toe van een vreemdeling een gezichtsopname en tien vingerafdrukken af te nemen en te verwerken, althans voor zover dit niet kan op grond van Europese verordeningen. De afname en verwerking dienen voor het vaststellen van de identiteit van de vreemdeling. Gezichtsopnames en vingerafdrukken worden ingevolge artikel 107 van de Vreemdelingenwet bewaard in de vreemdelingenadministratie. Voor de twee genoemde artikelen is in de Vreemdelingenwet een horizonbepaling opgenomen:

Artikel 115

  • 1. 
    De bevoegdheid van Onze Minister om op grond van artikel 106a een gezichtsopname en vingerafdrukken van een vreemdeling af te nemen en te verwerken, vervalt twaalf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling (Stb. 2014, 2).
  • 2. 
    De in de vreemdelingenadministratie opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 107, eerste lid, onderdeel a, worden twaalf jaar na de inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wet van 11 december 2013 vernietigd.
  • 3. 
    Onze Minister bevordert dat uiterlijk drie maanden na het tijdstip, bedoeld in het eerste en het tweede lid, een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend, waarbij de wijzigingen die in deze wet zijn aangebracht door artikel I, onderdelen A, D en E, van de in het eerste lid bedoelde wet van 11 december 2013, ongedaan worden gemaakt.

Twaalf jaar na inwerkingtreding is in dit geval per 1 maart 2026.

  • B. 
    Parlementaire behandeling

Het voorliggende wetsvoorstel is op 19 november 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Een onderdeel ervan bepaalt dat artikel 115 Vreemdelingenwet vervalt, waarmee de bevoegdheid om een gezichtsopname en vingerafdrukken van een vreemdeling af te nemen en te verwerken permanent wordt gemaakt. Verder mogen op grond van dit wetsvoorstel voortaan ook gezichtsopnames van vreemdelingen (en niet slechts hun vingerafdrukken) gebruikt worden bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De regering heeft de Tweede Kamer bij aparte brief (TK, nr. 5) en in de nota naar aanleiding van het verslag (TK, nr. 8) gewezen op de genoemde deadline van 1 maart 2026.

De Tweede Kamercommissie voor Asiel en Migratie heeft op 12 december 2025 verslag uitgebracht en op 12 januari 2026 de nota naar aanleiding van het verslag ontvangen. De commissie heeft op 22 januari jl. besloten het wetsvoorstel aan te melden voor plenaire afdoening als hamerstuk. Het voorstel stond op de hamerstukkenlijst van 29 januari jl., maar is daar weer afgehaald met de mededeling dat het op een later moment wordt geagendeerd voor een plenair debat. Achtergrond was het kritische advies van 22 januari 2026 van de Tijdelijke commissie grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer.

Het plenaire debat was aanvankelijk voorzien voor week 12 (16-20 maart). Dat zou ná 1 maart zijn, en dus met zich meebrengen dat artikel 115 Vreemdelingenwet toepassing moet vinden: vervallen van de bevoegdheid van de minister, vernietiging van gezichtsopnames en vingerafdrukken in de vreemdelingenadministratie, en stappen zetten voor indiening van een wetsvoorstel om de wetswijzigingen van eind 2013 ongedaan te maken. Vervolgens is in de Tweede Kamer op 5 februari 2026 bij de begroting Asiel en Migratie een motie-Rajkowski (TK, nr. 14) ingediend waarin de regering wordt verzocht "zolang het wetsvoorstel nog aanhangig is in een van beide Kamers, geen onomkeerbare stappen te zetten". De indienster van de motie verduidelijkte dat zij hiermee op het niet vernietigen van de gegevens doelde. De minister gaf vervolgens aan:

Minister Van Weel: Ja. En ik interpreteer het zo dat u uw eigen Kamer ook oproept om hier zo snel mogelijk aan bij te dragen.

Mevrouw Rajkowski (VVD): Ja, ik doe mijn best. Oké.

Minister Van Weel: Uiteindelijk ligt daar de sleutel, want ik heb me wel te houden aan de wet. Op het moment dat de wet mij geen mogelijkheden meer biedt om deze gegevens te bewaren, moet er iets anders gebeuren. Dat kan alleen maar via uw Kamer, omdat ik niet buiten de wet kan handelen. Vandaar die interpretatie.

De motie is op 10 februari jl. met grote meerderheid aangenomen. Bij een extra regeling van werkzaamheden op 12 februari jl. is besloten nog dezelfde middag over het wetsvoorstel te stemmen. Daarbij speelde kennelijk ook een (informele?) toezegging van de minister een rol:

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Voorzitter. Wij steunen dat. Er is veel te doen geweest over deze wet de afgelopen twaalf uur. We hebben de mondelinge toezegging dat de nieuwe bewindspersoon, de nieuwe staatssecretaris, zo snel mogelijk met een nieuwe wet komt. Ik ga ervan uit dat het nieuwe kabinet daar dan vaart mee maakt. Ik hoop dat we die dan voor de zomer toegestuurd zullen krijgen.

Vervolgens is het wetsvoorstel met grote meerderheid aanvaard. Alleen de fracties van DENK en PvdD stemden tegen. Inmiddels was - op woensdag 11 februari 2026 - het krokusreces van de Eerste Kamer begonnen. De eerstvolgende vergaderdag na dit reces is 24 februari 2026. Dat is ook de enige (reguliere) vergaderdag vóór 1 maart.

Bij brief van 18 februari 2026 heeft de minister de Kamer verzocht het voorstel op dinsdag 24 februari 2026 direct te behandelen en nog diezelfde dag over het voorstel te stemmen. "Een latere datum van behandeling en stemming maakt dat de bevoegdheid komt te vervallen óók als uw Kamer voor het wetsvoorstel zou stemmen", aldus de minister. De minister zegt daarnaast toe dat er een nieuw wetsvoorstel zal worden ingediend waarin een nieuwe horizonbepaling zal worden opgenomen.

  • C. 
    Constitutioneel kader
  • op grond van artikel 45, eerste lid, van het Reglement van Orde hebben leden recht op één schriftelijke ronde. Volgende schriftelijke ronden zijn onderhevig aan meerderheidsbesluitvorming;
  • op grond van artikel 50, tweede lid, van het Reglement van Orde hebben leden recht op plenaire behandeling van een wetsvoorstel;
  • leden hebben recht op (hoofdelijke) stemming over een wetsvoorstel, hetgeen volgt uit artikel 67, vierde lid, van de Grondwet.

Afhandeling op 24 februari 2026 is mogelijk als de commissie instemt met het uitbrengen van een blanco verslag, gevolgd door een stemming plenair. Er kunnen dan nog stemverklaringen worden afgelegd. Ook kan de commissie volstaan met een verslag waarin zij zich het recht voorbehoudt bij de plenaire beraadslaging in te gaan op de inhoud van het voorstel, en de Kamervoorzitter voorstellen deze plenaire beraadslaging direct op 24 februari 2026 te houden, inclusief eventuele stemming. Dat voorstel ligt thans voor.

Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen

Cf. de notitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:

Er zijn geen uitvoeringstoetsen beschikbaar. Wel heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een advies aangeleverdPDF-document.


Procedure


3.Rondvraag



Korte aantekeningen