Schriftelijke behandeling Initiatiefvoorstel-Van Kent Wet verdringingstoets 34.325



Schriftelijke behandeling Initiatiefvoorstel-Van Kent Wet verdringingstoets 34.325

De Eerste Kamer heeft op 6 maart 2018 met de toenmalige initiatiefneemster Karabulut en met de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gedebatteerd over het voorstel. Na de eerste termijnen is de plenaire behandeling in verband met aanvullend onderzoek naar de omvang van verdringing via de Participatiewet op verzoek van de initiatiefneemster aangehouden.

De hervatting van de plenaire behandeling van het voorstel met de initiatiefneemster en met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door de Eerste Kamer in tweede termijn vond plaats op 9 maart 2021. De behandeling is na de tweede termijn in afwachting van een door de initiatiefneemster en de minister toegezegde informatie over de uitvoerbaarheid van de wet geschorst.

De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft op 13 juli 2021 het verslag van een schriftelijk overleg met de initiatiefnemer en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de eerste drie beschikbare uitvoeringstoetsen en nog twee te ontvangen uitvoeringstoetsen (EK, L met bijlage) en de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 juli 2021 over de uitvoeringstoetsen bij de Wet verdringingstoets en over de appreciatie van de toetsen (EK, M met bijlage) besproken.

De commissie heeft op 26 oktober 2021 het verslag van een schriftelijk overleg met de initiatiefnemer van 20 oktober 2021 over de appreciatie van de uitvoeringstoetsen en de aankondiging van een novelle bij de Wet verdringingstoets (EK 34.325, O) besproken en bij brief van 2 november 2021 (EK, Q) de initiatiefnemer een aantal vragen over de aangekondigde novelle voorgelegd.

De commissie had op 13 december 2018 het verslag van een schriftelijk overleg (EK, G) met de initiatiefneemster over het onderzoek naar de omvang van verdringing in relatie tot de Participatiewet uitgebracht. In het kader van dat onderzoek heeft de initiatiefneemster verzocht om het wetsvoorstel (verder) aan te houden.

De commissie heeft op 22 januari 2019 besloten de Kamervoorzitter en het College van Senioren te adviseren om in te stemmen met het verzoek tot uitstel van de hervatting van de plenaire behandeling tot het moment dat de wettelijke evaluatie van de Participatiewet heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat werd geadviseerd de tweede termijn van plenaire behandeling in te plannen één maand na publicatie van de uitkomst van die evaluatie. Het College van Senioren heeft op 29 januari 2019 ingestemd met het verzoek tot uitstel van de hervatting van de plenaire behandeling.

De commissie heeft op 3 december 2019 vastgesteld dat - gelet op de ontvangst van de kabinetsreactie op de evaluatie van de Participatiewet (EK 34.352, I met bijlagen) - de Kamer de plenaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel begin 2020 kan hervatten.

Met het oog op de hervatting van de plenaire behandeling heeft de commissie met de initiatiefneemster schriftelijk overleg gevoerd, daarvan op 2 maart 2020 een verslag (EK, H) uitgebracht en dat verslag op 3 maart 2020 besproken.

De Eerste Kamer heeft op 7 april 2020 ingestemd met het door de commissie op 3 maart 2020 in overweging gegeven voorstel een laatste maal in te stemmen met het verlenen van uitstel ten aanzien van de voortzetting van de plenaire behandeling het wetsvoorstel in afwachting van de uitkomsten van nader onderzoek.

Bij brief van 17 december 2020 (EK, I met bijlage), over FNV-onderzoek naar verdringing, heeft de initiatiefneemster verzocht de plenaire behandeling van het initiatiefvoorstel te hervatten.