De minister van Defensie zegt de Kamer toe, naar aanleiding van vragen van een groot aantal leden, dat hij in de toekomst - als er budget versneld moet worden ingezet in een situatie zoals die zich nu heeft voorgedaan - in contact zal treden met zowel de Kamervoorzitter als de voorzitter van de commissie. Dan kunnen de Kamer en de minister bezien op welke wijze er – gegeven de dan voorliggende situatie - op een adequate wijze invulling kan worden gegeven aan het grondwettelijke budgetrecht van de Eerste Kamer.
| Nummer | T04117 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 9 december 2025 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Defensie |
| Kamerleden | mr. drs. W.J.M. Aerdts (D66) prof. dr. E.B. van Apeldoorn (SP) Bgen (b.d.) drs. A.J.A. Beukering (Fractie-Beukering) J. Dessing (FVD) R.O. Martens MSc (GroenLinks-PvdA) prof. mr. P. Nicolaï (PvdD) drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) mr. C.A.H. van de Sanden LL.M. (Fractie-Van de Sanden) prof. dr. I.J. Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers) |
| Commissie | commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | begrotingen budgetrecht drones |
| Kamerstukken | Incidentele suppletoire begroting Defensiematerieelbegrotingsfonds 2025 inzake bestrijding van drones (36.858) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 6.
Mevrouw Aerdts (D66):
(…)
Hoewel wij de urgentie om op korte termijn extra materiaal in te kopen in bepaalde gevallen kunnen begrijpen en inzien dat nood in sommige gevallen de wet kan breken, hebben onze fracties wel een aantal vragen over het proces dat is doorlopen. Allereerst horen wij graag welke afwegingen de minister heeft gemaakt bij het passeren van de Eerste Kamer. Welke alternatieven lagen er ook op tafel? Hoe gaat de minister voorkomen dat dit soort situaties vaker voorkomen? De hybride dreiging blijft en de aangekondigde investeringen in defensiemateriaal zijn ook niet van de ene 11-10-6 9 december 2025 EK 11 Incidentele suppletoire begroting inzake Eerste Kamer bestrijding van drones op de andere dag gerealiseerd. Wat gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat dit soort situaties in de toekomst worden voorkomen? (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 21.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Voorzitter. Op het voor mijn fractie zwaarwegende punt dat het grondwettelijk budgetrecht niet is gerespecteerd, moet ik in de tweede termijn helaas vaststellen dat de minister eigenlijk weinig berouw toont en ook niet echt de beterschap belooft waar mijn fractie op gehoopt had. Eigenlijk zegt hij impliciet ook dat hij bij vergelijkbare omstandigheden nog weleens een keer hetzelfde zou kunnen doen. Dat vindt mijn fractie uitermate zorgelijk, omdat dit de positie van het parlement daadwerkelijk dreigt uit te hollen. Dat mogen we met z'n allen niet accepteren. Het zou niet zo mogen zijn dat wij als Eerste Kamer, al dan niet in meerderheid, aan de minister moeten vragen om het grondwettelijk budgetrecht te respecteren; daarmee sluit ik mij aan bij de eerdere woorden van collega Visseren in dit debat. Dat recht heeft de minister gewoon te respecteren. Dat is ook geen voorkeursoptie voor de minister, maar gewoon een plicht. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 22.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Dank, voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording, maar ik moet eerlijk gezegd ook zeggen dat ik teleurgesteld ben over de reactie op mijn verzoek. De minister stelt dat een toetsingskader niet mogelijk is omdat de situaties waarin incidentele en urgente uitgaven nodig zijn, te complex en te divers zouden zijn. Juist dat argument overtuigt mij niet. Complexiteit en diversiteit zijn geen redenen om geen kader te hebben. Zij zijn juist de reden om een dergelijk kader wél te gaan ontwikkelen. Een toetsingskader is geen keurslijf, geen dichtgetimmerd schema dat de werkelijkheid moet forceren. Het is een set van minimale waarborgen, gericht op transparantie, voorspelbaarheid en democratische controle. We hebben dit eerder gezien. In crisistijd, onder meer tijdens de COVID-19-periode, zijn er wél kaders ontwikkeld waarmee snelheid en zorgvuldigheid met elkaar zijn verbonden, niet door alles dicht te regelen maar door helder te maken wat minimaal nodig is om verantwoord te kunnen besluiten.
Voorzitter. Wat ik voorstel is dus geen beperking van de handelingsvrijheid van het kabinet, maar een versterking van het onderlinge vertrouwen tussen regering en parlement. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 22.
De heer Dessing (FVD):
Voorzitter, dank u wel. Ik ben uitermate teleurgesteld in de beantwoording van de minister. Hij heeft niet kunnen onderbouwen wat nu echt de noodzakelijkheid ervan was om deze ondemocratische stap te nemen en om het budgetrecht op deze manier te schenden. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 23.
De heer Nicolaï (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een beetje verdrietig vandaag: verdrietig dat we een defensie hebben en bewindslieden die aan het hoofd van de defensie staan. Defensie is er toch om ons land, onze democratie, onze rechtsstaat te verdedigen tegen actoren die helemaal niet zo rechtsstatelijk zijn. En wat zien we als we dit debat voeren, dat eigenlijk over de essentie van de rechtsstaat gaat? Heb je niet de wet na te leven? We hebben een minister die zich in een positie plaatst waarin hij zegt: ik zal m'n uiterste best doen om de wet na te leven, maar ik wil voor mezelf ruimte reserveren om daarvan af te wijken. Je hebt natuurlijk wel staatsnoodrecht, maar "noodrecht" zegt al dat er dan ook nood moet zijn. Ik heb geen enkele noodzaak gehoord waardoor we niet nog hadden kunnen wachten met het aanschaffen van die radars. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 23.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank, voorzitter. Ik heb het debat met toenemende verbazing gevolgd en er ook aan deelgenomen. De minister wil geen helder antwoord geven op de vraag of er nou een dreiging was en gebruikt het argument dat een vliegveld een tijd dicht moest om het budgetrecht van de Eerste Kamer te schenden. De minister zegt dat hij zijn uiterste best zal doen om het budgetrecht van de Eerste Kamer niet nog een keer te schenden, maar wil niet toezeggen dat hij dit niet nog een keer zal doen. Ik kan het bijna niet geloven. Het had de minister gesierd als hij zijn inschattingsfout had toegegeven, als hij had toegegeven dat hij inderdaad het budgetrecht van de Eerste Kamer heeft geschonden en als hij had toegezegd dat het niet meer zal gebeuren. Ik vraag de minister om dit in de tweede termijn alsnog te doen. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 24.
De heer Beukering (Fractie-Beukering):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording. Toch staan er ook voor mij nog twee zaken open. Mijn eerste vraag was: hoe gaat u er concreet voor zorgen dat het parlement vooraf bij toekomstige spoedaankopen betrokken wordt, in plaats van achteraf? Dat is eigenlijk de hele tijd blijven hangen. De minister heeft niet sorry gezegd. Ik wil hem toch ter overweging geven om toe te geven dat dit geen handige move was en dat hij in het vervolg bij suppletoire begrotingen gelijk de beide Kamers informeert. Dat voorkomt een hele hoop gekrakeel. Dan hadden we hier een andere middag gehad. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 24.
De heer Martens (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording, zeg ik tegen de bewindspersonen. Ik heb het debat zonder eerste inbreng aangehoord. Het is goed om nu een conclusie te trekken richting ons stemgedrag. Ik denk dat de minister niet conform het budgetrecht heeft gehandeld, maar daar moeten we met het oog van proportionaliteit naar kijken. In principe is het "niet", tenzij er sprake is van een nood-breekt-wetsituatie. Dat is wat mij betreft ook het toetsingskader. Ik denk niet dat we dat verder hoeven te bureaucratiseren.
Terugroepen moet wellicht sneller gebeuren dan in deze casus is gedaan, maar daarbij zeg ik: dat moet ook enige substantie hebben. Anders krijgt de minister van ons natuurlijk daarop kritiek. (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 25.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter. Ik heb het debat gevolgd. Ik dank de minister en de staatssecretaris voor de antwoorden. De minister zei in eerste termijn dat hij in dit geval ook niet overwogen heeft om de Eerste Kamer bij elkaar te roepen. Mijn vraag is of de minister in de toekomst serieus wil overwegen om dat verzoek wél bij de Eerste Kamer neer te leggen. Het is dan aan de Eerste Kamer om daar wel of niet positief op te reageren, eventueel via de betreffende commissie. We hebben geleerd van corona dat we heel goed kunnen improviseren. We kunnen ook met Teams vergaderingen houden en de commissie kan met spoed bij elkaar komen. Zo kan de minister ons in de gelegenheid stellen om te beoordelen of wij op dat verzoek ingaan. Is dat iets wat de minister wil overwegen en eigenlijk aan 50PLUS wil toezeggen? (…)
Handelingen I 2025/2026, nr. 11, item 10, p. 26.
Minister Brekelmans:
Dank, voorzitter. Ik wil proberen te voorkomen dat ik nu in deze termijn mijn woorden van de eerste termijn ga herhalen. Laat ik nogmaals reflecterend zeggen dat mijn inspanning en die van de staatssecretaris er uiteraard maximaal op gericht zijn om de parlementaire procedures altijd te volgen. We hebben inderdaad procedures die ons in staat stellen om versneld tot beslissingen en besluiten te komen. Ik heb toegelicht hoe ik in het samenspel van overwegingen tot deze afweging ben gekomen.
Er waren inderdaad ook alternatieven geweest, namelijk het alternatief om de Kamer met spoed bijeen te laten komen om over de begroting te debatteren of om de Kamer met spoed bijeen te laten komen om de CW 2.27-procedure te doorlopen. Een ander alternatief was om het niet te doen en om twee weken met de aanschaf te wachten. Ik vind de suggestie die de heer Van Rooijen op het einde deed, een hele constructieve. Laat ik dus het volgende toezeggen. Stel dat zich in de toekomst een dergelijke situatie zoals nu voordoet, waarin we zeggen "we hebben de spoedprocedures, maar ze zijn niet helemaal passend" of die ertoe zou leiden dat het ook praktische consequenties met zich meebrengt, namelijk dat de Eerste Kamer op een donderdag speciaal bijeen moet komen. Is dat dan proportioneel ten opzichte van wat we in dit geval doen, namelijk een nog niet verdeelde post op de begroting versneld inzetten? Laat ik toezeggen dat ik in het vervolg daarover in contact zal treden met de Voorzitter en de voorzitter van de commissie. Dan kunnen we met elkaar die afweging maken en kijken hoe we dat op een praktische manier kunnen vormgeven. Is het bijeen laten komen van de Kamer proportioneel ten opzichte van de spanning die er komt rond het budgetrecht als we dat niet doen? Volgens mij is dat een heel praktisch voorstel. (…)
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 11, item 10
-
9 december 2025
toezegging gedaan