Aan het begin van de vergadering op 24 februari stond de Eerste Kamer stil bij de oorlog in Oekraïne die zijn vijfde jaar ingaat. In aanwezigheid van Andriy Kostin, de Oekraïense ambassadeur in Nederland, sprak Kamervoorzitter Mei Li Vos over de jaren die zijn voorbijgegaan sinds Rusland Oekraïne binnenviel op 24 februari 2022.

Vos: 'Jaren van bezetting van een deel van het land en van aanhoudende beschietingen van andere delen. Daarbij kwam deze winter ook nog eens een ongekende kou en het stelselmatig uitschakelen van de energievoorziening door de Russen. De moed van de Oekraïners om desondanks door te gaan en niet op te geven, is bewonderenswaardig en verdient nog altijd onze steun.' De Kamervoorzitter las vervolgens een strofe voor uit het gedicht 'Kou' van de uit Charkiv gevluchte dichteres Anastasia Afanasieva (tekst hieronder). Vos sloot af met een wens: 'Ondanks de bijtende kou van deze winter, wens ik de Oekraïners de warmte van de glorie, van vrede en van vrijheid toe. Zo snel als mogelijk.'

Kou

(...)

Aan de smalle splinter van de winter

Van een straat, aan een idiote buurvrouw

En haar idiote hond

Zullen we nu aankondigen:

glorie.

Aan stille en kale takken van populieren

Aan gezichten die ook stil zijn

In de splinter van de winter

Van een wind, zeg:

glorie.

Aan een stem die je niet hoort

De echte

Stem, koud, uit steen gehouwen in

een bot:

glorie.

Aan niemand, onbekend

Eén blauw op wit

En stilte die de winter versplintert:

glorie.


Sinds 2022 staat de Eerste Kamer elk jaar plenair stil bij de oorlog in Oekraïne: