Plenair Karimi bij behandeling Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen



Verslag van de vergadering van 24 februari 2026 (2025/2026 nr. 18)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.30 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ook ik heet de minister welkom en feliciteer hem met zijn benoeming. Eerlijk gezegd had ik hem en onszelf een andere start van zijn ambt toegewenst, na twintig maanden van chaos en bestuurlijke onmacht op het departement Asiel en Migratie. Dat hij hier vandaag zit als minister van het gisteren aangetreden kabinet-Jetten, nog voordat de Tweede Kamer de regeringsverklaring heeft kunnen horen en daarover heeft kunnen debatteren, is niet alleen een novum in onze parlementaire geschiedenis. Het is ook een duidelijk teken van de puinhoop van een erfenis die vorige bewindspersonen van VVD en PVV op dit dossier hebben achtergelaten. In de afgelopen twintig maanden leek de politieke profilering met harde en soms …

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik wil me toch even distantiëren van de laatste uitspraak van mevrouw Karimi over de bewindspersonen van PVV-huize, want dit wetsvoorstel is in november van 2025 ingediend. Daar hebben wij dus part noch deel aan gehad.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Dat moet ik corrigeren, meneer Van Hattem. Die derde evaluatie van de wet heeft onder leiding van minister Faber plaatsgevonden.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat is de evaluatie, maar de indiening van het wetsvoorstel en de veel te korte termijn waar we het nu over hebben is geheel buiten de schuld van mevrouw Faber te rekenen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

De puinhopen zijn veel groter. Ik zal daar zo meteen verder iets over zeggen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

In de afgelopen twintig maanden leek de politieke profilering met harde en soms discriminerende retoriek namelijk belangrijker dan het oplossen van reële problemen. Het resultaat is zichtbaar: een gepolariseerde samenleving en groeiende haat tegen en discriminatie van vreemdelingen en mensen die er anders uitzien. Ook verkeert de uitvoering van de asiel- en migratieketen in zwaar weer, staat de samenwerking met medeoverheden onder druk en zien mensen die tijdens de asielprocedure aan de zorg van de overheid zijn toevertrouwd, hun rechten geschonden. Duizenden kinderen gaan niet naar school, procedures duren jaren, dwangsommen lopen op tot miljoenen en de kosten stijgen explosief.

Niet alleen heeft geen enkel wetsvoorstel onder leiding van de vorige ministers de eindstreep gehaald, ook de uitvoering bevindt zich in een desolate toestand. Natuurlijk verwacht niemand dat deze minister op zijn eerste dag alles met een toverstok oplost, maar hij kent het dossier goed vanuit zijn eerdere rol als woordvoerder — dat kan van veel andere ministers niet gezegd worden. Politiek gezien is het bovendien een feit dat hij vanaf het moment van beëdiging verantwoordelijkheid draagt voor het handelen van zijn voorgangers. Daarom wil ik, voordat ik op het onderwerp van dit debat inga, eerst weten wat zijn persoonlijke visie is. Deelt hij deze analyse en wat zijn zijn prioriteiten, gezien de dramatische staat van het departement?

De heer Lievense i (BBB):

Ik zit heel erg te denken of dit buiten de orde van het voorstel is. Want volgens mij hebben wij het over de wet over biomedische gegevens en niet over de ambities van de minister op dit moment.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik volg mijn betoog: natuurlijk is dat onderdeel van het debat. Wij hebben voor het eerst een nieuwe minister op bezoek. Ik mag de minister natuurlijk bevragen over zijn visie op het departement, want hij heeft "ja" gezegd tegen dit ambt. Ik denk dat hij mans genoeg is mijn vraag te beantwoorden. Wat wil hij als eerste aanpakken en hoe wil hij, als we ervan uitgaan dat hij vier jaar minister blijft, herinnerd worden?

Voorzitter. Ik kom bij het voorliggende wetsvoorstel. Ik denk dat wij definitief afscheid kunnen nemen van het idee dat deze Kamer een chambre de réflexion zou zijn. Op 12 februari 2026, twaalf dagen geleden, heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken, aangenomen. Ik zeg erbij dat dat gebeurde na een niet geheel zorgvuldige procedure. Op 18 februari, tijdens het reces van de Eerste Kamer, stuurde de vorige minister van Asiel, minister Van Weel, een brief naar deze Kamer met het verzoek om de wet vandaag te behandelen en dezelfde dag een stemming te houden. De reden was dat zonder wetswijziging de nationale bevoegdheid op 1 maart 2026 vervalt en alle gezichtsopnamen en vingerafdrukken dan zouden moeten worden vernietigd.

Hier komt mijn eerste concrete vraag. Klopt de redenering van de minister eigenlijk wel? Hoezo moeten alle gegevens worden vernietigd? In veel gevallen geven Europese verordeningen een rechtsbasis voor deze bevoegdheid. Met dit argument wordt een zorgvuldige behandeling van het wetsvoorstel door deze Kamer onmogelijk gemaakt. Kan de minister bevestigen dat, mocht deze wet niet worden aangenomen — die kans bestaat namelijk altijd — echt alle gegevens zullen moeten worden vernietigd? Zo nee, wat vindt hij ervan dat zijn voorganger zo'n stellige zin opneemt in zijn brief aan de Kamer? Er is altijd een kans dat een wet niet wordt aangenomen. Nu er nog maar vier dagen tot de fatale datum resten, vraag ik de minister welke voorbereidingen de IND heeft getroffen om in dit geval te opereren. Kiest de IND voor bewaren, wat volgt uit het Europees recht, of voor vernietigen omdat de nationale grondslag wegvalt?

Voorzitter. Dit wetsvoorstel schaadt, kortom, de horizonbepaling. Hier begint de kern van het probleem. Tijdelijkheid was destijds de waarborg. Juist die waarborg wordt nu onder tijdsdruk verwijderd. De minister schrijft bovendien dat later een nieuw wetsvoorstel met een nieuwe horizonbepaling zal volgen. Dat is wederom een ongelofelijke uitspraak. Het advies van de Raad van State, waarop ik later in mijn betoog uitvoeriger zal terugkomen, was duidelijk: maak de bevoegdheid niet permanent. Daar trok de regering zich niets van aan. Vervolgens, om de behandeling toch tijdig door de Tweede Kamer te krijgen, zegt de minister toe om met een nieuwe wet met een horizonbepaling te komen. Noemt de minister dit "zorgvuldige wetgeving"? Er wordt dan een tijdelijke wet permanent gemaakt, om die dan over een paar maanden weer tijdelijk te maken. Bovendien, hoe kunnen we ervan uitgaan dat een nieuw wetsvoorstel kan rekenen op een meerderheid, zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer? Wat is het oordeel van deze minister over deze gang van zaken? Het is al vijf jaar bekend dat deze bevoegdheid op 1 maart 2026 zal vervallen. Waarom is dit voorstel niet tijdig ingediend? Als er een nieuwe horizonbepaling nodig is, waarom staat die dan niet in dit wetsvoorstel?

De mogelijkheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen, werd in 2014 ingevoerd via de Wet biometrie in de vreemdelingenketen.

Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):

Mevrouw Karimi kiest haar eigen woorden. Ik snap heel goed wat zij zegt. Ik denk dat de meesten hier in de Kamer het er helemaal met haar over eens zijn dat dit nooit zo had mogen gaan. Wel ben ik benieuwd wat mevrouw Karimi nodig heeft om dat bij deze minister voor elkaar te krijgen, gelet op het feit dat zij wel uiteindelijk een horizonbepaling wenst te krijgen. Ik denk namelijk dat heel veel leden hier in de Kamer denken dat we eigenlijk die kant op zouden moeten, maar wat heeft zij nodig om dat voor elkaar te krijgen? Kan zij dat alvast formuleren?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Jazeker. Dat is een goede vraag. Ik kom daar in mijn betoog op terug. Ik heb namelijk vijf verzoeken aan de minister. Ik wil het wel onderbouwen aan de hand van de gegevens over de historie van dit wetsvoorstel. Dit verhaal bestaat namelijk al twaalf jaar. Wij praten dus niet over iets nieuws, wat nu begonnen is. Dit is twaalf jaar geleden begonnen. Als u mij toestaat, kom ik daarop.

Juist vanwege de ingrijpende aard van biometrie, unieke persoonlijke gegevens die op deze manier worden verzameld en verwerkt, koos de Tweede Kamer met een amendement van D66 bewust voor een horizonbepaling van zeven jaar. Die tijdelijkheid was geen formaliteit maar een bewuste waarborg: voortzetting mocht alleen plaatsvinden na evaluatie en politieke heroverweging. Nut, noodzaak en effectiviteit moesten worden aangetoond. Evaluaties na invoering concludeerden dat biometrie in de praktijk nuttig werd gevonden, maar dat harde kwantitatieve onderbouwing beperkt bleef. Toen de horizonbepaling in 2021 afliep, koos de regering, mede op advies van de Raad van State, niet voor een definitieve invoering, maar voor een tijdelijke verlening van vijf jaar. De staatssecretaris schreef toen expliciet dat een empirische motivering op basis van kwantitatieve gegevens niet kon worden gemist bij een beslissing over definitieve voortzetting. Daarom zou hij, de heer Van der Burg, zorgen dat er één registratiefaciliteit zou worden ingericht en onregelmatigheden uniform zouden worden geregistreerd, zodat er een stevig kwantitatief beeld zou ontstaan richting 2026.

Dat was de afspraak: tijdelijkheid bleef bestaan zolang de onderbouwing nog niet overtuigend was. Mijn fractie, de PvdA-fractie, en de D66-fractie stelden in deze Kamer destijds kritische vragen over het gebrek aan kwantitatieve onderbouwing, onduidelijke wettelijke grondslagen bij uitvoeringsorganisaties zoals COA, privacy, doelbinding en toezicht. Op basis van toezeggingen konden wij uiteindelijk instemmen met de verlenging. Wat waren de toezeggingen? Centrale registratie zou worden ingevoerd, de Autoriteit Persoonsgegevens zou worden betrokken en een data protection impact assessment zou plaatsvinden. Dat waren de toezeggingen. De regering schreef bovendien: er zal binnen de Wet Coa een expliciete grondslag worden gecreëerd voor het verwerken van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens. Dit zal worden meegenomen in het wetstraject, waarin een expliciete wettelijke basis voor het door het COA verwerken van biometrische gegevens wordt gecreëerd. Bij mijn weten is dit nooit gebeurd. Hoe staat het er nu eigenlijk voor met biometrische-gegevensverwerking bij het COA? Waar is het wetsvoorstel gebleven?

In november 2021 werd nogmaals bevestigd dat uniforme definities in een registratiefaciliteit zouden worden ingevoerd en dat deze faciliteit de basis zou vormen voor een evaluatie richting 2026, maar in december 2022 — hier komt het — werd deze lijn verlaten. In een brief meldde de staatssecretaris dat er geen aparte registratiefaciliteit kwam. Daarmee trok de staatssecretaris ook een streep door zijn toezegging; dus geen advies van de Autoriteit Persoonsgegevens en geen data protection impact assessment. Daarmee verdween precies het instrument dat nodig was om de beloofde onderbouwing te leveren om privacyrechten van vreemdelingen beter te beschermen. Daarmee ontstaat opnieuw dezelfde spanning: de waarborg van tijdelijkheid blijft wel bestaan, maar de beloofde onderbouwing wordt niet geleverd en rechtswaarborgen blijven zwak.

De derde evaluatie, uit 2024, vormde de basis voor het huidige wetsvoorstel. Dit was wederom een evaluatie die geen overtuigende onderbouwing kon leveren voor nut, noodzaak en proportionaliteit van het verzamelen van biometrische gegevens, zoals tien vingerafdrukken en gezichtskenmerken van álle vreemdelingen. Bovendien benoemde de evaluatie fundamentele problemen bij de uitvoering, zoals het niet tijdig verwijderen van gegevens uit de dataopslag. Op basis van die evaluatie ligt een voorstel voor dat de horizonbepaling volledig schrapt en dat door de Eerste Kamer met een ergerniswekkende snelheid moet worden behandeld.

Voorzitter. Tegen deze achtergrond is het advies van de Raad van State essentieel. Dat advies gaat namelijk niet alleen over de vraag of de onderbouwing van het wetsvoorstel voldoende is. De raad wijst mede op basis van de derde evaluatie op een tweede punt, dat minstens zo zorgelijk is: de manier waarop in de praktijk met biometrische gegevens wordt omgegaan. De raad stelt dat het voorstel wezenlijke tekortkomingen kent. Zo is volgens de raad onvoldoende onderbouwd waarom een nationale bevoegdheid nog nodig is naast Europese systemen. Ook ontbreekt een actuele proportionaliteitsafweging nu de tijdelijkheid verdwijnt. Daarnaast uit de raad zorgen over CATCH Vreemdelingen. Ik zou zeggen: what is in a name? Dat is een afkorting, maar iemand heeft er echt goed over nagedacht. De Raad van State stelt vragen over bewaartermijnen en het ontbreken van een structurele evaluatie. Gegevens blijven soms langer aanwezig dan toegestaan. Interne controle en naleving zijn onvoldoende inzichtelijk. De feitelijke praktijk van gegevensverwerking sluit niet altijd aan bij de wettelijke waarborgen die juist bedoeld zijn om deze gevoelige gegevens te beschermen. Met andere woorden, het probleem is niet alleen dat noodzakelijkheid en proportionaliteit onvoldoende overtuigend zijn aangetoond; het probleem is ook dat de uitvoering zelf vragen oproept over zorgvuldigheid en rechtmatigheid. Daarmee maakt de raad duidelijk dat de stap van tijdelijk naar permanent zwaarder moet worden onderbouwd.

Voorzitter. De regering heeft naar aanleiding van het advies enkele aanpassingen gedaan. Zo is de toelichting uitgebreid, zijn de voorwaarden voor het gebruik van gezichtsopnamen in lijn gebracht met die voor vingerafdrukken en is een verkenning aangekondigd naar het systeem CATCH. Dat zijn op zichzelf relevante stappen. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de kern van het voorstel ongemoeid blijft. Er is geen nieuwe horizonbepaling opgenomen, een wettelijke evaluatieplicht ontbreekt en van een fundamentele heroverweging van de gekozen koers is geen sprake. Daarmee blijft de essentie van dit wetsvoorstel ongewijzigd. De tijdelijkheid verdwijnt, terwijl de onderbouwing daarvoor niet wezenlijk sterker is geworden.

Voorzitter. Zoals ik al zei, betreft een belangrijk onderdeel van de discussie het systeem CATCH Vreemdelingen. In dit systeem worden gezichtsopnamen gebruikt die afkomstig zijn uit de Basis Voorziening Vreemdelingen, de centrale vreemdelingenadministratie waarin biometrische gegevens worden opgeslagen voor identiteitsvaststelling binnen de vreemdelingenketen. Deze gezichtsopnamen worden vervolgens beschikbaar gesteld voor gezichtsvergelijking door de politie in het kader van opsporing en vervolging van strafbare feiten. Juist hier ontstaat een juridisch scharnierpunt. De biometrische gegevens zijn oorspronkelijk verzameld voor migratiedoeleinden, maar worden in CATCH Vreemdelingen ingezet voor strafrechtelijke doeleinden. Daarmee is sprake van een duidelijke doelverschuiving, die vragen oproept over rechtmatigheid, proportionaliteit en noodzaak. De Raad van State heeft hierover in zijn advies expliciete opmerkingen gemaakt. De raad vraagt de regering toe te lichten op basis van welke juridische grondslag de verwerking in CATCH Vreemdelingen plaatsvindt, de noodzaak van deze verwerking dragend te motiveren en de bewaartermijnen voor opslag van gezichtsopnames wettelijk te regelen. Daarbij is de raad helder: als het niet mogelijk is, moet de verwerking in deze vorm worden aangepast of worden stopgezet.

Inmiddels is uit de brief van de minister gebleken dat voor het verwerken van biometrische gegevens van alle vreemdelingen in CATCH Vreemdelingen ten behoeve van opsporing en vervolging géén expliciete wettelijke grondslag bestaat. Dat maakt de discussie dus extra urgent, omdat daarmee de vraag ontstaat of de huidige verwerking wel rechtmatig plaatsvindt zolang een nieuwe wettelijke basis ontbreekt. Graag een helder antwoord van de minister op deze vraag.

Daarnaast wijst de Raad van State op de proportionaliteitsvraag. Het systeem bevat gegevens van grote groepen mensen, terwijl niet altijd duidelijk is waarom een zo brede verwerking noodzakelijk is voor opsporingsdoeleinden. Ook de bewaartermijnen en de controle op naleving daarvan vragen om nadere verduidelijking.

Voorzitter. De discussie over CATCH Vreemdelingen raakt daarmee aan een principiële vraag die in dit hele wetsvoorstel centraal staat: hoever mag het hergebruik van biometrische gegevens gaan wanneer deze oorspronkelijk voor een ander doel zijn verzameld? Juist omdat biometrische gegevens bijzonder gevoelig zijn, vraagt dit om een duidelijke wettelijke basis, strikte waarborgen en een overtuigende onderbouwing. En precies hier wordt zichtbaar waarom de discussie over dit wetsvoorstel verdergaat dan alleen technische wetgeving. De koppeling met CATCH Vreemdelingen laat zien dat het niet alleen gaat om de vraag óf biometrische gegevens nuttig kunnen zijn, maar vooral om de vraag hoe zorgvuldig de overheid met zulke ingrijpende bevoegdheden omgaat wanneer doelen verschuiven en juridische grondslagen onder druk komen te staan. Daarop wil ik graag een reactie van de minister.

Dat is niet los te zien van de geschiedenis van deze wet. De bevoegdheid is destijds bewust tijdelijk gemaakt, juist omdat biometrische gegevens diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer en omdat de wetgever vond dat periodieke heroverweging noodzakelijk was. Tijdelijkheid was de ingebouwde waarborg, een moment waarop opnieuw zou worden beoordeeld of nut, noodzakelijkheid en proportionaliteit nog steeds overtuigend konden worden aangetoond. Maar wat we nu zien, is dat juist op het moment waarop de heroverweging zou moeten plaatsvinden, vragen blijven bestaan.

Daarmee komen we bij de kern van dit debat; als zelfs binnen een tijdelijke regeling al discussie bestaat over rechtmatigheid, proportionaliteit en uitvoering, dan is de stap naar permanente bestendiging geen vanzelfsprekende vervolgstap.

Voorzitter. Juist omdat tijdelijkheid … Dat heb ik, denk ik, gezegd.

Nu kom ik bij het antwoord op de vraag van mevrouw Van Toorenburg. Wat zou voor de fractie van GroenLinks-PvdA nodig zijn om vertrouwen in dit wetsvoorstel te krijgen? Allereerst is versterkt en onafhankelijk toezicht op de verwerking van biometrische gegevens noodzakelijk. Het gaat hier om bijzonder gevoelige persoonsgegevens en om een kwetsbare groep. Dat vraagt om toezicht dat zichtbaar onafhankelijk is en dat niet uitsluitend binnen de uitvoeringsketen zelf is georganiseerd. Ten tweede vraag ik de minister om een integrale mensenrechtentoets uit te voeren op de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen. Deze suggestie is ook gegeven door Amnesty International tijdens de consultatie over dit wetsvoorstel. Daarbij moet expliciet worden gekeken naar de impact op het recht op privacy en het recht om niet te worden gediscrimineerd. Ook vraag ik de minister in die beoordeling de vereisten van de Europese AI Act en de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie over biometrische en genetische gegevens te betrekken.

Verder zijn duidelijke waarborgen nodig om te voorkomen dat biometrische gegevens van vreemdelingen terechtkomen in databanken voor gezichtsherkenningstechnologieën of vergelijkbare systemen die verder reiken dan het oorspronkelijke doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. Specifiek ten aanzien van CATCH Vreemdelingen wijs ik u erop, zoals ik al zei, dat de Raad van State heeft gevraagd om een duidelijke wettelijke basis voor deze verwerking. Inmiddels is erkend dat die niet bestaat. Daarom vraag ik de regering of zij bereid is deze verwerking stop te zetten zolang een toereikende wettelijke basis ontbreekt.

Tot slot acht mijn fractie het van belang dat de jaarlijkse rapportage over onregelmatigheden wordt voortgezet. Juist in een context waarin Europese regelgeving zich snel ontwikkelt, moet jaarlijks inzichtelijk worden gemaakt waarom een nationale bevoegdheid nog noodzakelijk is en voor welke processen binnen de vreemdelingenketen deze daadwerkelijk nodig blijft.

Voorzitter. De minister heeft tijdens de behandeling in de Tweede Kamer al toegezegd dat er een nieuwe wet komt met een horizonbepaling. Verwacht de minister dat die voor de zomer hier bij de Staten-Generaal voorligt?

Voorzitter. Ik hoor graag de reactie van de minister op al deze vragen.

Ik sluit af. De geschiedenis van deze wet laat zien hoe een tijdelijke maatregel geleidelijk structureel wordt, terwijl de beloofde onderbouwing nooit volledig is gebleken. Tijdelijkheid was destijds de waarborg en juist die waarborg verdwijnt nu. Daarmee komen we bij de kern van de verantwoordelijkheid van deze Kamer. Deze Kamer gaat niet alleen over de vraag of een bevoegdheid nuttig kan zijn, maar vooral over de vraag of de overheid zichzelf voldoende begrenst wanneer grondrechten in het spel zijn. Tijdelijkheid was ooit de grens die de wetgever bewust heeft getrokken. Als wij die grens vandaag wegnemen, dan moet buiten twijfel staan dat noodzaak, proportionaliteit en rechtmatigheid overtuigend zijn aangetoond.

Dank u wel.

De heer Lievense (BBB):

Helder betoog. Het is mij helder hoe GroenLinks-Partij van de Arbeid erin staat. Ik heb nog even een nadere vraag over CATCH. Mevrouw Karimi geeft in de vraagstelling ook duidelijk aan dat er geen wettelijke basis is voor CATCH. De Raad van State heeft dat ook aangegeven. Ik heb altijd begrepen dat een rechterlijke machtiging nodig is. Pas op het moment dat die er is, mag dat systeem geraadpleegd worden. Begrijp ik daaruit dat dat voor de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid onvoldoende is?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Nee. Het systeem werkt namelijk op dit moment zo dat alle gegevens, dus alle biometrische gegevens van de basisadministratie van die vreemdelingenregistratie, worden gekopieerd. Die worden als bulk beschikbaar gesteld aan CATCH Vreemdelingen. Dat mag niet.

De heer Schalk i (SGP):

Ik heb een vraag aan mevrouw Karimi. Ze heeft zojuist een aantal vragen gesteld aan de minister. Het ging een beetje snel, maar ik begreep dat ook gevraagd werd om bepaalde toetsen te doen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Mensenrechtentoetsen.

De heer Schalk (SGP):

Mijn vraag is: bedoelt mevrouw Karimi nu dat dat voor afhandeling van deze wet nog moet gebeuren of zijn deze vragen met name bedoeld voor de verbeterde wet die eraan komt?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik weet ook dat dat voor 1 maart niet gaat lukken. Ik heb ook een motie voorbereid, mocht de minister niet toezeggen, waarin staat dat een toets moet plaatsvinden en dat we dan voor het zomerreces de toets moeten ontvangen.

De heer Schalk (SGP):

Even voor de preciesheid. Dat betekent dat mevrouw Karimi bij een aantal van haar vragen zegt: ik vind dat die meegenomen moeten worden naar het komende wetsvoorstel. Ze heeft die hier genoemd als een soort voorwaarden. Maar dat is onhaalbaar als u nu vraagt om een toets vóór de stemming over de wet die nu voorligt.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Ik heb niet om een toets vóór de stemming over deze wet gevraagd.

De voorzitter:

De heer Schalk, tot slot.

De heer Schalk (SGP):

Ik begreep dat mevrouw Karimi op een gegeven moment vroeg om een bepaalde toetsing. Mijn vraag was de volgende. Als het de bedoeling is die toetsing te laten gebeuren voor de volgende wet, dan kan ik het begrijpen, maar dat kan niet voor vanavond.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Nee, voor vanavond kan het niet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Schalk.