Verslag van de vergadering van 24 februari 2026 (2025/2026 nr. 18)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.59 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Dittrich i (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik spreek namens D66 en ook namens de Fractie-Van de Sanden. Allereerst een hartelijk welkom aan de minister. Wij wensen hem heel veel succes.
Mevrouw Karimi zei het ook al: het is jammer dat dit het debat is waarbij de minister voor het eerst in de Eerste Kamer optreedt. Het is natuurlijk wel heel erg vreemd dat het wetsvoorstel op 19 november in de Tweede Kamer is ingediend, terwijl de horizonbepaling vervalt op 1 maart. Dat wisten we natuurlijk jaren geleden al. Mijn eerste vraag is dus: waarom pas op 19 november het wetsvoorstel indienen en niet al veel eerder, zodat de Eerste Kamer haar werk goed kan doen?
Om wat tijd te winnen sluit ik me inhoudelijk bij een deel van de vragen van mevrouw Karimi aan, zeker wat betreft de periode 2020-2021, toen wij het vorige wetsvoorstel bespraken. Toen spraken we ook over horizonbepalingen en het belang daarvan, over nut, over noodzaak en over proportionaliteit. Dat zijn allemaal vragen die ook hier weer terugkomen. Ik zou graag aan de minister willen vragen hoe het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken en het komende wetsvoorstel zich verhouden tot de grondrechten, met name het recht op privacy. We hebben namelijk gelezen dat de Tweede Kamer daar in een specifieke commissie aandacht aan heeft besteed en allerlei vragen heeft opgeworpen. Die zijn in de Tweede Kamer echter niet echt beantwoord, omdat de behandeling van het wetsvoorstel daar heel kort was, om het zo maar te zeggen.
Dezelfde vraag heb ik over de verhouding van dit wetsvoorstel en het komende wetsvoorstel tot Europeesrechtelijke regels. Die vraag moet natuurlijk gesteld worden. Kijk bijvoorbeeld naar de Eurodacverordening. Die gaat in op 12 juni 2026. Daarin gaat het ook over de verwerking van biometrische gegevens. Hoe verhoudt die verordening zich tot de wetgeving die hier voorligt?
Voorzitter. Ik zie dat de commissie van de Tweede Kamer vragen had gesteld en ook een technische briefing met alle ketenpartners had voorgesteld over hoe dit wetsvoorstel zich tot die andere zaken verhoudt. Daar is het niet van gekomen. Dat hadden wij in de Eerste Kamer anders heel graag willen doen, zodat we ook de standpunten van de uitvoeringsorganisaties hadden kunnen meewegen. Dat is allemaal niet gebeurd. We hebben wel een brief van de IND gezien, van 19 februari, dus echt heel kort geleden, waarin allerlei rampspoed voor Nederland wordt aangekondigd als het wetsvoorstel niet aanvaard wordt. In Ter Apel zou alles in de soep lopen en allerlei gegevens zouden opeens vernietigd moeten worden. De vraag is: is dat echt zo? Dat vraag ik toch ook aan de minister: klopt het inderdaad dat dat de gevolgen zijn? Europese verordeningen regelen namelijk wel degelijk bepaalde dingen die niet vernietigd hoeven te worden. Graag een reflectie van de minister.
Mevrouw de voorzitter, ik ga afronden. Wij zijn zeer geïnteresseerd in het plan van de minister voor het nieuwe wetsvoorstel. We willen heel graag dat we dat deugdelijk in de Eerste Kamer kunnen behandelen. We willen graag dat het met spoed ingediend wordt, bijvoorbeeld voor het zomerreces.
Tot slot zou ik het volgende willen vragen, kijkend naar de brief van de IND. Stel dat IS-strijders vanuit kampen in Syrië deze kant op komen, maar dat 1 maart gepasseerd is en we geen wettelijke grondslag hebben. Is het dan zo dat mensen die allerlei kwaad in de zin zouden kunnen hebben, niet meer gecontroleerd kunnen worden? Wij voelen ons namelijk een beetje met de rug tegen de muur staan vanwege de spoed. Als het zo is, zouden wij dat een hele slechte zaak vinden. Daarom sluit ik af door te zeggen dat beide fracties op zichzelf — schoorvoetend en onder voorbehoud van redelijke antwoorden van de minister, zeg ik erbij — dan maar akkoord gaan met deze spoedprocedure en met een stemming vandaag.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik geef nu graag het woord aan de heer Van Hattem van de PVV.