Plenair Huizinga-Heringa bij behandeling Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen



Verslag van de vergadering van 24 februari 2026 (2025/2026 nr. 18)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.09 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Vorige week woensdag ontving deze Kamer een brief van de toenmalig minister van Asiel en Migratie waarin staat dat wij vandaag dienen te stemmen over het wetsvoorstel waarover we nu spreken. Het gaat hierbij om een wetsvoorstel waarvan de behandeling in de Eerste Kamer nog niet eens is begonnen. Wat is de reden voor deze bestuurlijke overval? Wanneer wij niet voor 1 maart instemmen met deze wet zouden alle biometrische gegevens van vreemdelingen vernietigd moeten worden, met desastreuze gevolgen. Wij zijn blij dat de nieuwe minister van Asiel en Migratie, die wij van harte feliciteren met zijn benoeming, slechts één dag na zijn aantreden in staat is om tekst en uitleg te geven over deze gang van zaken.

Voorzitter. Mijn fractie vindt deze gang van zaken echt onbegrijpelijk en dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Het is toch niet zo dat het ministerie pas vorige week wist van de fatale termijn van 1 maart? Deze termijn, die samenhangt met de horizonbepaling in de wet, was toch al jarenlang bekend? Mijn eerste vraag aan de minister is: wat is de reden dat er geen tijd is genomen voor een zorgvuldige behandeling in de Eerste en Tweede Kamer? Ik moet het eigenlijk andersom zeggen: in de Tweede en Eerste Kamer. En waarom worden wij op zo'n laat moment, halverwege het reces, op de hoogte gebracht van de noodzaak om de wet zonder verdere behandeling aan te nemen? Graag een reactie van de minister.

Mijn fractie begrijpt dat het eerder de bedoeling was dat de Tweede Kamer over deze wet zou debatteren. Op het laatste moment is over het wetsvoorstel gestemd zonder dat er een debat heeft plaatsgevonden. Naar mijn fractie begrijpt hangt dit samen met de informele toezegging dat er zo spoedig mogelijk een nieuw wetsvoorstel met een nieuwe horizonbepaling aan de Kamer zal worden toegezonden. Voor mijn fractie is een informele toezegging zonder deadline niet voldoende. Wij hebben behoefte aan een duidelijke en harde toezegging. Op welke termijn kunnen we een nieuw wetsvoorstel met horizonbepaling verwachten? Wat ons betreft gebeurt dat het liefst nog voor het zomerreces. Kan de minister dat toezeggen?

Daarnaast heeft mijn fractie nog enkele inhoudelijke vragen. Er is enige overlap met eerdere sprekers, maar laat ik de vragen toch maar opnieuw stellen namens mijn fractie. Zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens heeft kritische opmerkingen geplaatst bij dit wetsvoorstel. De Autoriteit Persoonsgegevens meent dat een voortzetting van deze wetgeving, gegeven de huidige omstandigheden, strijdig is met het hogere recht. Kan de minister toelichten waarom er bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel voor is gekozen om de horizonbepaling uit de wet te halen in plaats van om die opnieuw te verlengen? Kan de minister toezeggen dat hij in het komende wetsvoorstel rekening zal houden met de zorgen van zowel de Raad van State als de Autoriteit Persoonsgegevens en dat hij zich uitgebreider zal verhouden tot de noodzaak om een database met biometrische gegevens te laten bestaan? Kan de minister toezeggen dat hij daarbij ook zal ingaan op de verhouding tot het Europees recht en dat hij daarbij onderscheid zal maken tussen situaties waarvoor de Europese wetgever al uitputtende regels heeft vastgelegd, situaties waarvoor de Europese wetgever nog geen regels heeft gesteld en situaties waarvoor de Europese wetgever heeft voorzien in beperktere mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens?

Tot slot, voorzitter, vraagt mijn fractie aandacht voor de zogenaamde CATCH Vreemdelingendatabase. Naar aanleiding van kritiek van de Raad van State is er een verkenning gestart naar de rechtmatigheid van deze database. Uit de eerste resultaten van deze verkenning blijkt volgens de toenmalige minister dat de huidige praktijk niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en noodzakelijkheid. Ook ontbreekt volgens de regering de wettelijke grondslag voor het verwerken van biometrische gegevens van alle vreemdelingen in CATCH Vreemdelingen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Mevrouw Karimi heeft hier uitgebreid naar verwezen in haar bijdrage. Na deze toch wel alarmerende conclusie merkte de toenmalige minister op dat de verkenning pas in het vierde kwartaal zal zijn afgerond. Onze laatste vraag aan de minister is de volgende. Is het mogelijk dat de regering, zoals ook de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer adviseert, eerder een oplossing vindt voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de CATCH Vreemdelingendatabase? En kan de minister zich daarvoor inzetten?

Voorzitter. Mijn fractie kijkt met grote interesse uit naar de beantwoording van de minister.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.