Verslag van de vergadering van 24 februari 2026 (2025/2026 nr. 18)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.20 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Lievense i (BBB):
Voorzitter. De Wet biometrie in de vreemdelingenketen uit 2014 heeft het gebruik van biometrische gegevens uitgebreid om identiteitsvaststelling te verbeteren. Dat was indertijd een bewuste keuze. Biometrie is, zoals we al lang weten, nauwkeurig en betrouwbaar, en beperkt identiteitsfraude aanzienlijk. In artikel 115 van de wet is echter vastgelegd dat deze bevoegdheid per 1 maart vervalt. Zonder nieuwe wetgeving moet alles vernietigd worden. Het voorliggende wetsvoorstel voorkomt dat.
Voorzitter. Ik luister naar al onze collega's en denk: er was maar één spreker geweest als we net iets meer voorbereidingstijd hadden gehad, want die had dan namens alle partijen kunnen spreken.
De derde evaluatie verscheen op 26 juli 2024. De Kamers zijn hierover geïnformeerd in november 2024. De conclusie was duidelijk: deze wet vormt een essentiële juridische basis voor biometrie in de vreemdelingenketen. Toch is het wetsvoorstel pas in november 2025 bij de Kamer ingediend. De voorgaande sprekers, de collega's, gaven dit tijdspad ook allemaal aan: dat was ruim een jaar later en slechts enkele maanden voor het vervallen van de bevoegdheid. Namens de fractie van de BBB stel ik, net als iedere andere collega-fractie, daarom de vraag: waarom zo laat? Als in juli 2024 al duidelijk is dat de bevoegdheid essentieel is en in maart 2026 vervalt, waarom wordt er op dat moment dan niet voortvarender gehandeld? Wij behandelen nu wetgeving onder tijdsdruk, terwijl het gaat om bevoegdheden die raken aan fundamentele rechten en gegevensbescherming, zoals mijn collega van GroenLinks-Partij van de Arbeid helder uiteenzette in haar betoog. Dat is bestuurlijk onwenselijk.
Voorzitter. Inhoudelijk bezien is deze bevoegdheid juridisch verdedigbaar: het doel is legitiem, er gelden bewaartermijnen en verstrekking voor opsporing vereist zware voorwaarden. Dat maakt de regeling in beginsel proportioneel, maar proportionaliteit vraagt ook zorgvuldigheid in uitvoering. Ik ben heel erg benieuwd naar de beantwoording, ook van de vragen van collega Karimi over de opslag.
Voorzitter. Ik heb enkele vragen aan de minister. Waarom is niet direct na de evaluatie gestart met de wetgeving? Welke belemmeringen waren er op dat moment? Hoe wordt voorkomen dat bij andere of toekomstige wetgeving met horizonbepalingen, opnieuw tijdsdruk kan ontstaan?
Voorzitter. De inhoud van dit voorstel lijkt noodzakelijk en juridisch houdbaar, maar de totstandkoming roept, zoals ook eerder bij mijn collega, vragen op. Rechtszekerheid vraagt niet alleen om goede wetgeving, maar ook om goed bestuur.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Kaljouw van de fractie van de VVD.