Verslag van de vergadering van 24 februari 2026 (2025/2026 nr. 18)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.25 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter. Welkom aan de minister en gefeliciteerd. Het slechte nieuws is dat hij vandaag meteen moet proberen hier iets te repareren. Het goede nieuws is dat Asiel en Migratie weer onder de eindverantwoordelijkheid valt van de uiteindelijk bestuurlijk verantwoordelijke minister op het departement. In dit geval was en is dat de minister die dit wetsvoorstel ondoordacht en veel te laat bij het parlement heeft ingediend: minister Van Weel.
Voorzitter. De Volkskrant bracht gister een bericht over de terugkeer van Asiel en Migratie op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarbij werd ook verwezen naar de bijnaam van minister Van Weel, die in het vorige kabinet naast het zijn van minister van Buitenlandse Zaken het ministerie van Asiel en Migratie erbij deed. Het leverde hem de bijnaam "minister Van Veel" op. Wat mijn fractie betreft zou "minister Van Teveel" een betere naam geweest zijn, want wat een bestuurlijk gepruts moeten wij hier vandaag rechtbreien! Ik benoem het maar zoals mijn fractie het voelt. Hoe kunnen wij als Eerste Kamer worden geacht ons werk te doen, namelijk het zorgvuldig toetsen van wetgeving, als een horizonbepaling een paar maanden, paar weken, paar dagen voor de vervaldatum wordt opgemerkt? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe werkt dit op het ministerie? Hoe werkt dit bij de IND? Graag een reactie.
Voorzitter. Ons is op 18 februari door de minister verzocht om dit wetsvoorstel op 24 februari te behandelen en er op dezelfde dag nog over te stemmen. Het gaat om een wetsvoorstel dat advies c van de Raad van State heeft gekregen. Het is een wetsvoorstel dat zo veel vragen oproept dat de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer het advieswaardig vindt. Dat advies ligt nog niet voor. Mijn fractie vindt dat zeer problematisch. Er is een brief van 17 februari van de directeur-generaal van de IND aan de minister met het verzoek deze door te sturen naar de Eerste Kamer. Deze brief schetst de gevolgen van het niet-aannemen en -publiceren van deze wet voor 1 maart 2026. Mijn vraag aan de minister is of een soortgelijke brief ook door de directeur-generaal van de IND aan de minister is gestuurd met het verzoek deze door te geleiden naar de Tweede Kamer. Zo nee, waarom is dat niet gebeurd? Was de urgentie nog niet duidelijk? Is de in de brief geschetste rampspoed werkelijk zo ongenuanceerd hard en voor honderd procent afhankelijk van deze wet, is ook mijn vraag aan de minister.
Waarom is er, toen duidelijk werd dat de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer gelet op de tijd voor een probleem zou kunnen zorgen, niet voor gekozen om met spoed een voorstel in te dienen om alleen de datum van de horizonbepaling te wijzigen in plaats van er een inhoudelijk wetsvoorstel van te maken? Waarom is dat eenregelige wetsvoorstel niet gewoon als hamerstuk door de Tweede en Eerste Kamer gehaald, zodat wij wat nu voorligt op een zorgvuldige manier hadden kunnen behandelen?
Dat brengt mij op een aantal inhoudelijke opmerkingen en de vragen van mijn fractie. De Raad van State heeft veel vragen en opmerkingen, maar op een cruciale vraag van de Afdeling advisering van de Raad van State komt een wat mijn fractie betreft zeer verontrustend antwoord van de regering. "De Afdeling adviseert om toe te lichten op basis van welke juridische grondslag het verwerken van gegevens in CATCH-vreemdelingen plaatsvindt, de noodzakelijkheid van deze gegevensverwerking dragend te motiveren en de bewaartermijnen voor de opslag van gezichtsopnamen in CATCH-vreemdelingen wettelijk te regelen. Indien dit niet mogelijk is, adviseert de Afdeling om de verwerking van deze gegevens in deze vorm aan te passen of stop te zetten." Wat doet de regering hiermee? Komt zij met die juridische grondslag, die dragende motivering? Zo niet, wordt de verwerking dan aangepast of stopgezet? Nee, dat gebeurt beide niet; de regering doet het een noch het ander. De regering komt met de aankondiging van een verkenning en volgt het dringende advies van de Raad van State niet op.
Er wordt een verkenning aangekondigd waarbij het uitgangspunt is dat de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen in ieder geval zou moeten voldoen aan de eisen die de AVG daaraan stelt. Maar wat zegt de minister hier nu eigenlijk? Betekent dit dat de regering een verkenning doet naar hoe haar handelen in de toekomst kan gaan voldoen aan nu al geldende wetgeving waar iedereen zich al aan moet houden? Is dat wat de minister zegt? Graag hoor ik een ja of een nee van de minister op deze vraag. Mijn vraag is of dit dan betekent dat wij vandaag een wetsvoorstel voor hebben liggen waarvan de regering weet dat de uitvoering ervan in strijd is met de AVG. Graag hoor ik een reactie daarop.
Voorzitter. De vraag die zich ook opdringt, is hoe dit paniekwetsvoorstel past in de komende wijzigingen. Anderen verwezen ook al naar de wijzigingen in Eurodac, die in juni in werking treden. Andere wijzigingen op het gebied van in- en uitreizen en de registratie daarvan treden al eerder in werking, in april. Graag hoor ik ook op dit punt een toelichting van de minister.
Voorzitter. Er gebeurt veel op het gebied van het afnemen, registreren en opslaan van persoonsgegevens; niet alleen van die van vreemdelingen, maar in het algemeen van die van alle burgers. In dit geval gaat het dus om die van vreemdelingen. Terecht zijn ook de European Data Protection Supervisor en de European Data Protection Board hier heel erg kritisch op. Mijn vraag aan de minister is of ook bij dit wetsvoorstel naar die kritische opmerkingen en aanbevelingen is gekeken. Ik vrees echter het ergste, omdat onze eigen Autoriteit Persoonsgegevens ook niet vooraan heeft gestaan in de consultatie bij dit wetsvoorstel.
Voorzitter, afrondend. In coronatijd hebben wij als Eerste Kamer steeds klaargestaan om, als de nood aan de man kwam, te vergaderen en te besluiten. Ik herinner mij een wetsvoorstel waarover wij in het februarireces op een vrijdag met minister Grapperhaus hebben gedebatteerd en ook hebben gestemd. De nood was aan de man. Maar de procedure waar wij nu in zijn gemanoeuvreerd met dit bestuurlijke gepruts van het kabinet, en deze manier om dat nu op te lossen, zijn voor mijn fractie van een heel andere categorie. Een zorgvuldige behandeling wordt ons onmogelijk gemaakt en er zijn grote, inhoudelijke bezwaren die om antwoorden vragen. Het mogelijk instemmen met deze wet is voor mijn fractie dan ook een zeer hoge drempel, zeg ik nu maar. Ik kan niet op voorhand zeggen of we over die drempel heen zullen gaan, maar ik kijk uit naar de beantwoording door de minister.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.