Verslag van de vergadering van 24 februari 2026 (2025/2026 nr. 18)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 19.24 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister natuurlijk voor zijn beantwoording. Nogmaals, het is zijn eerste debat in deze Kamer. Dit is natuurlijk niet het begin dat hij zich had gewenst en voorgesteld, maar ik dank hem voor de uitvoerige beantwoording.
Ik ontvang nog een aantal antwoorden op mijn vragen in de tweede termijn. Ook zou ik nog een keer het volgende verzoek aan de minister willen doen. Het volgende wetsvoorstel zit eraan te komen. De minister heeft gezegd dat het voor de zomer zal plaatsvinden en daar zijn wij eigenlijk content mee. Het verzoek is of er dan ook een onderzoek gedaan kan worden naar registreren op basis van grondslag. Kunnen wij de database zodanig organiseren dat de grondslag ook geregistreerd wordt? Ik denk dat dat voor het debat behulpzaam zou zijn.
Het tweede punt is het volgende. De wens die wij hebben geuit voor een mensenrechtentoets gaat verder dan het meenemen van adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens of de Raad van State. Het gaat echt om een extra mensenrechtentoets. Ik zou dus ook graag willen dat het wetsvoorstel hier begeleid wordt door een uitgebreide mensenrechtentoets.
Voorzitter. Ik kom tot de kern van mijn tweede termijn, namelijk het punt dat voor mijn fractie doorslaggevend zal zijn in ons stemgedrag. Het debat heeft namelijk heel erg duidelijk gemaakt dat de manier waarop de gegevens vanuit de basisregistratie van vreemdelingen worden gebruikt door de politie en opsporingsautoriteiten en -diensten eigenlijk niet voldoet aan wat er zou moeten gebeuren in een rechtsstaat, namelijk dat de overheid zich aan de wet houdt. Zoals de minister heeft gezegd, wordt de wet te ruim toegepast. Eerlijk gezegd treedt de overheid daardoor buiten de wet. Dat is ongepast in een rechtsstaat, zeker als het gaat om mensen die in kwetsbare situaties kunnen zitten, bijvoorbeeld asielzoekers, vluchtelingen en mensen die vanwege gezinshereniging een aanvraag hebben gedaan. De minister heeft geweigerd, als ik het zo mag zeggen, om toe te zeggen dat daar onmiddellijk mee wordt gestopt. U zegt dat het klopt dat er wordt gewerkt aan een oplossing. In het antwoord op mijn vraag wilde de minister niet toezeggen dat de overheid zich vanaf morgen gewoon volledig en voor honderd procent aan de wet houdt. Dat is voor mijn fractie onacceptabel. De minister wilde de Autoriteit Persoonsgegevens zelfs niet om een advies vragen, bijvoorbeeld ten aanzien van de oplossing die we willen. Dat leidt ertoe dat ik nu een motie wil indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat biometrische gegevens die oorspronkelijk zijn verzameld voor migratiedoeleinden via het systeem CATCH Vreemdelingen worden ingezet ten behoeve van opsporing en vervolging van strafbare feiten;
constaterende dat met deze toepassing derhalve wordt gehandeld buiten de grondslag die de wet biedt en daarmee in strijd met de wet;
verzoekt de regering de verwerking van biometrische gegevens uit de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) in CATCH Vreemdelingen buiten de wettelijke grondslag met onmiddellijke ingang te staken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karimi, Veldhoen en Recourt.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter C (36859).
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik zou u willen verzoeken om deze motie eerst in stemming te brengen, voordat het wetsvoorstel in stemming wordt gebracht.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik heb een verduidelijkende vraag bij deze motie. Wat wordt er met "verwerking" bedoeld? Gaat het om enkelvoudige verwerking of systematische verwerking? Hoe moet ik dit duiden.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik bedoel in de huidige praktijk. Dank voor die vraag, want u geeft mij ook de mogelijkheid om dat duidelijk te maken. Het gaat om de huidige praktijk. De minister heeft in een interruptiedebat met mij het antwoord gegeven dat deze huidige praktijk op dit moment wordt voortgezet. Nu wordt de praktijk gewoon gehandhaafd. De hele basisregistratie van de vreemdelingen, allemaal, wordt namelijk gekopieerd en ter beschikking gesteld van CATCH Vreemdelingen, en dat moet onmiddellijk stoppen.
De heer Van Hattem (PVV):
Nou heb ik wel in de stukken gelezen dat er juridisch gezien toch mogelijkheden zijn voor zo'n doeldoorbreking. Als nu blijkt dat de wettelijke grondslag toch in voldoende mate aanwezig is, wat ik de minister volgens mij in zijn eerste termijn ook al heb horen zeggen, wat wil mevrouw Karimi met deze motie dan nog concreet bewerkstelligen? Wil ze bewerkstellingen dat er helemaal geen gegevens van vreemdelingen meer kunnen worden verwerkt, waardoor de hele vreemdelingenketen eigenlijk, zeg maar, in de soep loopt? Wat is dan het uiteindelijke resultaat van deze procedure?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Die verkenning heeft volgens mij plaatsgevonden, want dat zei de minister. Die zei: het kabinet had in antwoord op het advies van de Raad van State in de brief geschreven dat het een verkenning ging doen. Inmiddels is de verkenning afgerond en heeft het kabinet vastgesteld dat het buiten die bevoegdheid treedt of — dat is volgens mij de formulering die de minister gebruikte — die bevoegdheid "te ruim heeft toegepast" en daarmee eigenlijk onrechtmatig handelt. "Te ruim toepassen" is dus de definitie van "onrechtmatig handelen". Wij zeggen: minister, u bent op zoek naar een oplossing en u zegt dat die oplossing eraan zit te komen, maar staakt u alstublieft deze praktijk zolang de oplossing er niet is.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Wat ik begrepen heb, is dat het alleen op sommige punten onvoldoende duidelijk is en dat dat reparabel is. Dan is mijn vraag aan mevrouw Karimi, die nu met een motie komt waarin ze zegt dat we moeten stoppen met het op die manier verwerken van gegevens: wat wordt uiteindelijk het resultaat als de minister geacht wordt daarmee te stoppen? Moeten er dan geen gegevens meer worden verwerkt, met alle risico's van dien? We hebben het hier namelijk onder andere over het opsporen van strafbare feiten, terrorisme en andere ernstige zaken die de Nederlandse samenleving kunnen schaden en de vreemdelingenketen eigenlijk op zijn kop gaan zetten. Is de inzet van die motie dat dan waard ten opzichte van hetgeen waarvan de minister zelf zegt dat het reparabel is?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
De minister krijgt, als bijvoorbeeld een persoon van een strafbaar feit wordt verdacht, volgens wettelijke bepalingen het verzoek om een onderzoek te doen. Daar wil de minister dan in de basisadministratie van vreemdelingen naar zoeken. Dan wordt het gewoon allemaal handmatig gedaan. Je gaat dus niet een bulk van gegevens kopiëren en aan de politie geven. Je gaat dus niet van die honderdduizenden mensen die eigenlijk geen enkel strafbaar feit hebben gepleegd en niets in hun dossier hebben staan, de gegevens allemaal aan de politie doorgeven. Nee, de zaak wordt dan voor onderzoek overgegeven. Dat geldt dan voor de periode waarin er geen oplossing is. Er wordt dus niets op zijn kop gezet, meneer Van Hattem.
De heer Lievense i (BBB):
Even over dat laatste, over dat technische punt. Ik vroeg aan het begin al naar de rechterlijke machtigingen, want het is een zeer zware procedure om in het systeem te mogen zoeken. We spreken iedere keer over "een bulk". Het lijkt nu net alsof we doen voorkomen dat die bulkgegevens een voor een zomaar door iemand bekeken worden. Dat is natuurlijk niet zo, want zoals mevrouw Karimi terecht zei, wordt er wel een bulk ter beschikking gesteld, maar die bulk wordt door een geautoriseerd persoon met een rechterlijke machtiging automatisch doorzocht. Er wordt gelogd wat er bekeken wordt. Als er onrechtmatig in gekeken wordt, gelden er allerlei sancties, want dat is onrechtmatig handelen. Ik probeer mee te zoeken met mevrouw Karimi: maken we het nu niet nodeloos ingewikkeld? Volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat er een verkenning moet plaatsvinden en dat dit opgelost moet worden, maar maken we het nu niet nodeloos ingewikkeld voor die paar maanden? Ik hoorde immers ook een toezegging — nou, het was nog niet echt een exacte toezegging — dat er voor de zomer een nieuw voorstel ligt. Kunnen we het nu niet gewoon even houden bij deze zware maatregelen? Ik begrijp uw betoog, maar maken we het niet ingewikkeld?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Nou, laten we het omdraaien. Als een burger op het gebied van belastingen of op een ander gebied een wet te ruim toepast en er dan achter komt dat dat onrechtmatig is, zegt de overheid: dat moet terug. U weet door de hele toeslagenaffaire toch hoe de overheid met burgers omgaat als zij bijvoorbeeld één kleine fout hebben gemaakt? Nu heeft dezelfde overheid zelf vastgesteld dat zij eigenlijk onrechtmatig aan het handelen is, maar zij gaat daarmee door totdat ze een oplossing heeft gevonden. Dat doen we in een rechtsstaat niet. Dat is eigenlijk de verantwoordelijkheid van deze Kamer. Ik dacht dat we van de toeslagenaffaire de les hadden geleerd dat we er bij dit soort wetsvoorstellen op letten dat dat niet gebeurt.
De heer Lievense (BBB):
Ik wil geen vergelijking maken. Ik snap wat mevrouw Karimi bedoelt, maar we hebben het hier over een zoektocht met biometrische gegevens in een geautomatiseerd systeem. Dat systeem wordt pas doorzocht bij zware misdrijven. We hebben het niet over overtredingen. We hebben het niet over door rood rijden. Als iemand iets verkeerd doet bij de Belastingdienst, is die persoon al bekend bij de Belastingdienst. Dan hoeft dit systeem niet doorzocht te worden. Ik ga weer luisteren — ik luister heel de avond en middag al naar u — maar ik denk dat dit voorstel zoals het er nu ligt voor onze fractie te ver gaat.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Ik sluit aan op de vragen van collega Lievense. Bij de stemmingen over de wet vanavond is de vraag: hoe zwaar wegen we de gevolgen van het afstemmen? Bij de motie — als ik u goed beluister, maar ik moet 'm nog lezen — is dezelfde vraag aan de orde: wat zijn de consequenties als de motie wordt aanvaard? Ik heb het gevoel dat we bij het stemmen over de motie ook de vraag moeten stellen: wat zijn de consequenties als de motie wordt aanvaard? De minister moet er straks nog op reageren en ik zal de vraag ook zelf stellen. Mijn vraag is dan: valt het dan vanaf 1 maart voor die maanden stil? Realiseert u zich wat u met deze motie — nog los van de stemming, want die komt daarna — al wil bereiken? Eigenlijk zegt u: de motie loopt vooruit op de stemming. Maar waarom wachten we dan niet op de stemmingen en waarom dient u een motie in?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dat is een hele goede vraag. Wat is de consequentie hiervan? Zoals ik al in antwoord op de vraag van de heer Van Hattem heb gezegd, is de consequentie dat de politie of opsporingsdiensten geen toegang krijgen tot de bulk van biometrische gegevens van honderdduizend mensen. Zij kunnen wel gericht een verzoek doen. Dat moet dan handmatig. Ze krijgen geen toegang tot biometrische gegevens. Er kan dan gezocht worden en er kan een antwoord op gegeven worden. Kost het meer tijd? Ja, het kost meer tijd, maar de rechtsstaat kost misschien meer tijd.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik zal dan straks aan de minister de vraag stellen wat hij vindt van die motie van u. Mij is dat niet duidelijk. Volgens mij zijn de consequenties van die motie, mocht hij worden aangenomen, bijna dezelfde als dat de wet wordt verworpen. Dat willen we niet. Mocht dat niet zo zijn, dan moet u dat straks nog maar even met de minister wisselen. Ik kom ook nog aan de beurt. Mij is de strekking van de motie niet duidelijk. Ik heb het gevoel dat-ie heel dicht zit bij het afstemmen van het wetsvoorstel. En dan doen we het twee keer.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Nee, nee, nee, voorzitter. Dat is echt onjuist. Het spijt me heel erg, meneer Van Rooijen. Dat is echt onjuist. Het wetsvoorstel gaat over het verzamelen en bewaren van gegevens voor identiteitsvaststelling en het voorkomen van identiteitsfraude in de vreemdelingenketen. Dat is echt een heel ander verhaal. Het doel van het wetsvoorstel is namelijk biometrische gegevens verzamelen. Tegelijkertijd heeft in de afgelopen jaren een soort doelvervreemding — als ik het zo mag zeggen — plaatsgevonden. De gegevens zijn namelijk massaal gebruikt voor strafvervolging. Dat kan plaatsvinden als er een rechterlijke uitspraak ligt of als er een bevoegdheid is. Dat is prima. Maar de praktijk van nu is dat de politie en de opsporingsdiensten gekopieerd toegang hebben tot de totale gegevens. Daar wil de minister een oplossing voor vinden omdat het onrechtmatig is. Daar heeft de Raad van State ook een punt van gemaakt. Wat het advies van de Raad van State is, is voor u ook altijd een belangrijk punt. De Raad van State zegt: zolang de rechtmatigheid niet gegarandeerd is, stopt u er maar mee. Mijn fractie zegt eigenlijk hier wat de Raad van State heeft geadviseerd: zolang het probleem niet opgelost is, stopt u met deze werkwijze.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik zal de minister straks ook duidelijk om een antwoord vragen op deze motie.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Prima.
De heer Schalk i (SGP):
Ik hoor mevrouw Karimi via haar motie vooral reflecteren op het gedeelte waarvan de minister denk ik klip-en-klaar heeft aangegeven dat bepaalde toepassingen te breed of te ruim zijn gebruikt.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Exact.
De heer Schalk (SGP):
Maar ik heb haar niet horen reflecteren op iets wat ik de minister daarbij een paar keer heb horen zeggen, namelijk dat geaccepteerd wordt dat de nationale veiligheid boven het overtreden van die wet gaat. Zou mevrouw Karimi daar ook op kunnen reflecteren?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Absoluut. Dank u wel voor deze vraag. Ik ben een beetje verbaasd over deze vraag, moet ik zeggen. Wat zou het dan betekenen als wij zouden zeggen dat de nationale veiligheid altijd boven rechtmatigheid gaat, boven rechtmatig handelen? Dat is geen echte steekhoudende argumentatie. Dat zou geen steekhoudende argumentatie moeten zijn voor deze Kamer. Het is ook bij de rechter niet steekhoudend om te zeggen dat het ging om de nationale veiligheid en dat we daarom de rechten niet hebben gerespecteerd.
De heer Schalk (SGP):
Ik denk dan dat we dat ongetwijfeld nog zullen horen van de minister, maar mevrouw Karimi weet ongetwijfeld net als ik dat op het moment dat je een beroep doet op de nationale veiligheid, je dan meteen ook praat over subsidiariteit en proportionaliteit.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Exact.
De heer Schalk (SGP):
U hoeft niet verbaasd te zijn over mijn vraag. Ik sta hier niet om te zeggen: joh, het is toch de nationale veiligheid, laat maar gaan. Maar als de minister aangeeft dat de nationale veiligheid aan de orde is, dan zou een reflectieve vraag kunnen zijn: klopt dat ook ten aanzien van subsidiariteit en proportionaliteit? Dan zou uw motie dus eigenlijk desastreus kunnen zijn.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
De cirkel is rond, want ik begon mijn betoog in de eerste termijn met de melding dat juist proportionaliteit en juist rechtmatigheid dingen zijn die niet beantwoord zijn in dit hele wetsvoorstel, laat staan in deze koppeling met CATCH Vreemdelingen, waarbij sowieso gewoon echt een uitgebreidere toepassing heeft plaatsgevonden dan eigenlijk toegestaan was. Dus ook het doen van een beroep op de nationale veiligheid kan geen argument zijn om deze praktijk structureel voort te zetten. In individuele gevallen zou het kunnen, maar niet structureel, zoals eigenlijk de minister nu van plan is om daarmee door te gaan.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Ik denk dat de minister daar misschien nog wel op gaat reageren, maar laat ik het dan zo zeggen: mevrouw Karimi begon haar betoog in de eerste termijn inderdaad met subsidiariteit, maar dat ging toen niet over dit aspect. Ik geef juist aan dat bij het uitvoerige interruptiedebatje dat hier in de Kamer gevoerd is door verschillende leden rondom dit thema de minister continu heeft gezegd: we weten dat het buiten de orde is. Het zou in eerste instantie aan het einde van dit jaar opgelost worden, maar dat wordt nu al in Q2 gedaan. Misschien gaat hij nog verder versnellen. Laten we het hopen. Maar vervolgens heeft hij nadrukkelijk juist aan dit onderdeel de nationale veiligheid gekoppeld. Dat zal ook voor mijn fractie een belangrijke grond zijn voor hoe we naar een motie van deze strekking gaan kijken.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
De minister zal zeker antwoord geven hierop, maar door een beroep te doen op de nationale veiligheid kan je niet doorgaan met onrechtmatig handelen. Ook als overheid kan je dat niet doen.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik heb nog een ander punt. Ik heb de fractie van GroenLinks-PvdA vaak in dit huis horen pleiten voor het belang van uitvoeringstoetsen en voor het belang van de reactie van uitvoeringsorganisaties. Ik zie mevrouw Karimi knikken. Daar is ze het mee eens. Toch hoorde ik haar in de eerste termijn een beetje laatdunkend spreken over de brief die door de directeur van de IND aan onze Kamer is gestuurd hierover. Hoe verhoudt die reactie, waaruit toch enige argwaan sprak — klopt dat wel, die brief? — zich tot de gevraagde reacties van uitvoeringsorganisaties en de uitvoeringstoetsen die GroenLinks-PvdA zegt na te streven?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
De heer Van Hattem heeft gelijk. Wij vinden uitvoeringsorganisaties en uitvoeringstoetsen heel belangrijk. Maar misschien heeft hij niet al te nauwlettend geluisterd. Mijn punt ging over de brief van de minister waarin staat dat eigenlijk alle informatie moet worden vernietigd. Ik heb helemaal niet gerefereerd aan de brief van de IND, want de brief van de IND is juist genuanceerder. Daarin wordt juist een onderscheid gemaakt tussen gegevens die geregistreerd zijn of kunnen zijn op basis van Europees recht en gegevens die geregistreerd zijn op basis van nationaal recht. Zij zeggen daarover dat het moeilijk voor hen is om die dingen uit elkaar te houden. De minister heeft dat tijdens het debat ook gezegd.
De heer Van Hattem (PVV):
Goed dat mevrouw Karimi dat nuanceert ten aanzien van de IND. Maar in de memorie van toelichting staat nadrukkelijk dat de partijen in de vreemdelingenketen unaniem het belang van deze wet onderschrijven en dat het gebruik van de daarin geregistreerde biometrische gegevens een integraal onderdeel is van alle processen. Het gaat dus ook om de gezichtsherkenning en al die punten waar mevrouw Karimi vandaag namens GroenLinks-PvdA tegen ageert. De partijen in de vreemdelingenketen, de uitvoeringsorganisaties, zeggen dit nadrukkelijk. Hoe kijkt mevrouw Karimi dan aan tegen het belang van de uitspraken van de uitvoeringsorganisaties die er wel om vragen?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dat is ook exact de reden geweest waarom wij vijf jaar geleden voor de verlenging gestemd hebben. Toen zijn er een aantal toezeggingen gedaan aan ons, bijvoorbeeld dat er een nationaal register zou komen, dat er een impact assessment zou komen en dat de Autoriteit Persoonsgegevens zou adviseren. Dat is allemaal niet gebeurd. Nu is er een evaluatie geweest, waarin inderdaad staat dat alle ketenpartners vinden dat het nuttig en zinvol is; dat snap ik. Ik begrijp ook wat de minister zegt, namelijk dat de IND al die kernprocessen zo georganiseerd heeft; tot uw dienst. Onze taak hier is echter om te kijken wat de consequenties zijn en of het rechtmatig is. Wordt het principe gevolgd dat het recht op privacy en de mensenrechten beschermd moeten worden? Dat is eigenlijk het verhaal dat ik vandaag probeer te houden, namelijk: ja, dit is een hele makkelijke manier om dingen te doen, maar hoe zit het eigenlijk met andere principes in onze rechtsstaat, onze geliefde rechtsstaat? Ik sta hier namens mijn fractie om te knokken voor de rechtsstaat.
De heer Van Hattem (PVV):
Mevrouw Karimi vertelt het allemaal vol overtuiging, maar tegelijkertijd heeft de minister nadrukkelijk toegezegd met een nieuw wetsvoorstel te komen. Nu wordt hier eigenlijk een vrij ingrijpende en verstrekkende motie neergelegd. Die kan grote consequenties hebben als die hier wordt aanvaard. Er is echter juist een aanbod gedaan: dit soort zwaarwegende kwesties en alle mogelijke zaken kunnen besproken en gerepareerd worden bij het wetsvoorstel dat we binnen afzienbare tijd tegemoet mogen zien. Daarbij maakt mevrouw Karimi van sommige dingen misschien heel terecht een punt. Waarom komt zij dus nu met deze motie, terwijl de mogelijkheid gewoon geboden wordt om daar in alle zorgvuldigheid bij stil te staan? Hiermee wordt nu ingegrepen in bepaalde zaken, waardoor de uitvoeringsorganisaties in de problemen kunnen komen, waarvan mevrouw Karimi, of in ieder geval de GroenLinks-PvdA-fractie, zegt die hoog te achten.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer het nog een keer toe te lichten. Dit gaat niet over de kern van de wetsvoorstellen, namelijk het verzamelen en bewaren van biometrische gegevens ten behoeve van identiteitsvaststelling en ter voorkoming van identiteitsfraude. Dat is eigenlijk het doel van het wetsvoorstel. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat die gegevens op een onrechtmatige manier gebruikt zijn in de afgelopen jaren. Daar wordt nu een oplossing voor gezocht. Tot dan zeggen we: stop daarmee.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik heb de motie nu voor me. Ik had hem al goed begrepen, denk ik. Het verzoek dat u doet in de motie is om "de verwerking van biometrische gegevens uit de Basis Voorziening Vreemdelingen (VBA) in CATCH Vreemdelingen buiten de wettelijke grondslag met onmiddellijke ingang te staken". "Met onmiddellijke ingang." Realiseert u zich wat de gevolgen zouden zijn van de motie? Die dient u niet in om 'm te laten verwerpen; die dient u in in de hoop dat wij 'm steunen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Jazeker.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Realiseert u zich wat u aan ons vraagt door deze motie in te dienen en in stemming te brengen nog voordat het wetsontwerp in stemming komt? Dit is … Ik moet geen adjectieven gebruiken, maar mijn fractie zal die motie niet steunen, de wet overigens wel. Ik vraag me af of u de verstrekkende portee van de motie wel goed doorheeft.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Jazeker, dat hebben we.
De heer Janssen i (SP):
Ik hoor collega's verzuchten: zullen we doorgaan? Ik heb het nu aangehoord, maar ik hoor de hele tijd dat er toch vrij selectief naar een deel van de motie gevraagd wordt. Ik denk dat ik het goed begrijp en ik vraag mevrouw Karimi even om daar een bevestiging van te geven. Volgens mij zegt zij: "Het wordt nu te breed toegepast, waardoor het onrechtmatig is. Versmal dat tot wat rechtmatig is." Meer dan dat vraagt zij niet. Ik hoor de hele tijd maar "staken, staken, staken". Er staat, zeg ik ook in de richting van de heer Van Rooijen: "Staak wat nu te breed is en waardoor het onrechtmatig is. Versmal het tot wat rechtmatig is." Is dat hetgeen wat mevrouw Karimi met deze motie beoogt?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Exact! Dank u wel, meneer Janssen.
De voorzitter:
Meneer Van Rooijen nog, voor een laatste toelichting.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik denk dat de minister het verlossende woord moet spreken; dat is ook zijn verantwoordelijkheid. Als we de motie op allerlei verschillende manieren gaan lezen, dan kunnen we er eigenlijk niet eens goed over stemmen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Nee, het staat hier gewoon. De minister heeft zelf gezegd: het is te breed. Wat niet te breed is, blijft doorgaan. Daarom heb ik ook gezegd: "Je kunt het handmatig doen. Dat blijft doorgaan. Dat gaat niet veranderen." Dat heb ik allemaal al gezegd. U wilt gewoon niet horen wat ik zeg, meneer Van Rooijen.
De voorzitter:
Meneer Van Rooijen, we kunnen ook wachten op het antwoord …
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik wil u wel helpen als u het clausuleert en als u het beperkt. Maar dat staat er niet.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dat staat er wel; dat staat er wel.
De voorzitter:
Ik stel voor dat mevrouw Karimi haar betoog afmaakt en dat we straks met veel interesse luisteren naar de appreciatie van de minister. Mevrouw Karimi.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Hattem van de PVV.