Dinsdag 10 maart 2026, commissie Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)




Agenda

1.Vaststellen agenda (LET OP: VERGADERING IS AANSLUITEND AAN I&A/JBZ + J&V)


2.36855

Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf

Beslispunten

  • Welke fracties wensen heden inbreng te leveren voor het tweede verslag bij de novelle (36855)?
  • Wenst de commissie de Kamervoorzitter voor te stellen een plenair debat over de drie asielwetsvoorstellen gezamenlijk te houden op 14 april 2026, onder voorbehoud van tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het tweede verslag bij de novelle?
  • Welke termijn wenst de commissie voor ontvangst van de nota naar aanleiding van het tweede verslag te stellen?

Toelichting

Bij de commissie zijn in behandeling:

  • het voorstel voor de Wet invoering tweestatusstelsel (36703)
  • het voorstel voor de Asielnoodmaatregelenwet (36704)
  • de Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (36855)

Met betrekking tot de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet heeft de commissie na twee schriftelijke ronden reeds aangegeven dat zij de beide wetsvoorstellen gereed acht voor plenaire behandeling. Met betrekking tot de novelle geldt dat nog niet. Bij dit wetsvoorstel heeft nog maar één schriftelijke ronde plaatsgevonden en kan vandaag inbreng voor het tweede verslag worden geleverd. Na het leveren van de inbreng kan de commissie ook dit wetsvoorstel formeel aanmelden voor plenaire behandeling en een formeel datumvoorstel doen aan de Kamervoorzitter voor een plenair debat over de drie asielwetsvoorstellen gezamenlijk. In haar vergadering van 28 februari jl. heeft de commissie aangegeven te streven naar een debat op 14 april 2026, de week na het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring. Afhankelijk van de gewenste spreektijden moet eventueel ook op maandag 13 april worden vergaderd.

NB. de commissie heeft in haar vergadering van 3 maart jl. aangegeven dat fracties desgewenst de correspondentie met de regering en de Europese Commissie over het voorstel voor een Verordening wat betreft de toepassing van het begrip 'veilig derde land' bij het debat kunnen betrekken. Zie E250013 - Voorstel voor een Verordening wat betreft de toepassing van het begrip 'veilig derde land' - Europese Berichtgeving Eerste Kamer.


Inbreng voor tweede verslag bij de novelle


3.32317 EK, *; TK, 996

brief van de staatssecretaris van J&V betreffende een verzoek om instemming medewerking aanvaarding Kaapverdië bij Haags Kinderontvoeringsverdrag

Beslispunt

Stelt de commissie de Kamer voor om:

  • 1. 
    het instemmingsverzoek te honoreren en bijgevoegde conceptbrief ter besluitvorming door te geleiden naar de plenaire vergadering van 17 maart 2026, of
  • 2. 
    het instemmingsverzoek niet te honoreren, omdat de commissie bijvoorbeeld nog vragen wil stellen over het voorstel?

NB. In het tweede geval zal een brief worden doorgeleid naar de plenaire vergadering ter besluitvorming over de onthouding van instemming. Overigens kan de commissie ook besluiten in te stemmen en separaat vragen ter verheldering te stellen.

Toelichting

Bij brief van 3 maart 2026 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Kamer gevraagd in te stemmen met medewerking aan de totstandkoming van het Raadsbesluit tot machtiging van de EU-lidstaten om de toetreding van Kaapverdië tot het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) te aanvaarden. Op grond van artikel 113 van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal besluit de Kamer op voorstel van deze commissie over het verlenen van instemming met ontwerpen van besluiten die beogen het Koninkrijk te binden als bedoeld in artikel 3 van de Rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag van Lissabon. Van een dergelijk besluit is hier sprake.

Raadsbesluit t.a.v. Kaapverdië - Toetreding

  • De Nederlandse inzet is sinds jaar en dag gericht op een zo groot mogelijk bereik van het HKOV. Dit is in het belang van alle kinderen die geconfronteerd worden met internationale kinderontvoering. Hiertoe hanteert Nederland twee voorwaarden voor aanvaarding van een toetredend land: er moet een centrale autoriteit zijn aangewezen en het verdrag moet geïmplementeerd zijn in de nationale wetgeving. Kaapverdië voldoet aan deze voorwaarden.
  • Kaapverdië is op 4 oktober 2024 toegetreden tot het HKOV. Binnen het HKOV is eerst de aanvaarding van een toetreding vereist, voordat het verdrag in werking treedt tussen de nieuwe verdragsstaat en een staat die reeds partij is bij het verdrag. De aanvaarding van landen bij het HKOV vergt een unaniem te nemen machtigingsbesluit van de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 81, derde lid, van het verdrag betreffende de werking van de EU.
  • Op 9 februari 2026 is voor de aanvaarding van Kaapverdië een ontwerpbesluit gepubliceerd, dat u aantreft bij de stukken. Er kunnen nog minimale wijzigingen in dit besluit worden aangebracht op basis van juridisch taalkundige revisies.

Procedure bij de Eerste Kamer

  • De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de Kamers op 3 maart 2026 gevraagd in te stemmen met medewerking aan de totstandkoming van het Raadsbesluit tot machtiging van de EU-lidstaten om de toetreding van Kaapverdië tot het HKOV te aanvaarden.
  • Er geldt een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf het moment waarop het ontwerp-Raadsbesluit aan de Kamer is voorgelegd. Deze termijn loopt tot en met 18 maart 2026.
  • Er dient plenair te worden besloten inzake het al dan niet verlenen van instemming. Indien de commissie instemt, zal zij middels een brief aan de Voorzitter de Kamer verzoeken het instemmingsverzoek op 17 maart a.s. plenair af te handelen.
  • Als de Kamer niet binnen de vijftien-dagentermijn op het verzoek heeft gereageerd, is de gevraagde instemming stilzwijgend verleend.

Rechtsbasis instemmingsrecht

Beide Kamers van de Staten-Generaal hebben een instemmingsrecht ter zake van een beperkt aantal EU-besluiten. Dit instemmingsrecht geldt op grond van artikel 3 van de Rijkswet goedkeuring Verdrag van Lissabon juncto artikel 81 lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ook voor maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen, tenzij de Raad op voorstel van de commissie bepaalde aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen heeft aangewezen waarvoor de gewone wetgevingsprocedure kan worden gevolgd.

Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft de onderstaande brief geagendeerd voor de procedurevergadering van de commissie J&V op 19 maart aanstaande. Dit is na het verstrijken van de vijftien-dagentermijn, waarmee de gevraagde instemming stilzwijgend wordt verleend.


Bespreking



5.Rondvraag